The New Republic

Karl Ove Knausgård boekte een wereldsucces met een zesdelige autobiografische roman, Min kamp. Daarmee en daarna was het met zijn schrijverschap gedaan. Maar ook zijn bloed kruipt waar hij het niet wilde laten gaan. Knausgård werkt aan een nieuw boek met veel ‘bovenaardse elementen’.

Toen hij nog wel eens in eigen land voor publiek optrad, werd de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård geïnterviewd in het Huis van de Literatuur in Oslo, een statig gebouw tegenover het koninklijk paleis. Het was december 2009, een paar maanden na de publicatie van het eerste deel van zijn zesdelige autobiografische roman Min kamp (in het Nederlands verschenen als Mijn strijd). In dit werk vertelt Knausgård in 3600 pagina’s over een leven vol banaliteiten en vernederingen, over veel plezierige intieme momenten maar ook over zijn donkerste gedachten, van het soort dat de meeste mensen zichzelf niet eens in stilte durven toegeven.

De boeken veroorzaakten vrijwel meteen een sensatie. Er stond een rij tot ver om de hoek van het blok en het gesprek met Knausgård moest, om de massale toestroom te verwerken, via een videoverbinding in belendende zalen worden getoond. Twee uur lang werd Knausgård geïnterviewd door een andere schrijver, Tore Renberg, een vriend met wie hij in de jaren negentig nog studentenradio had gemaakt. Het tweetal sprak over Min kamp en de totstandkoming ervan.

Na afloop had niemand veel zin om naar huis te gaan. Een grote groep mensen dromde samen in het restaurant van het gebouw, een koude, helverlichte ruimte, waar de bezoekers nog twee, of soms wel zes biertjes bleven drinken. Zij vertelden hoezeer ze zich met Knausgård konden vereenzelvigen en begonnen zelf ook persoonlijke herinneringen op te halen. Cathrine Sandnes, de 42-jarige hoofdredacteur van het gerenommeerde Oslose tijdschrift Samtiden, dacht bij zichzelf: Wat gebeurt hier?

Later waren de reacties elders op de wereld precies dezelfde als op die avond in Oslo. Wanneer je met bewonderaars van Knausgård praat, komt één thema steeds weer naar voren: Knausgård schrijft weliswaar over zichzelf, maar het gaat evenzeer over jou. Bij het lezen van het boek, zeggen ze, is het alsof je het dagboek van iemand anders opslaat en er je eigen geheimen in terugvindt. In Noorwegen, waar één deel van de gebonden uitgave ruim veertig euro kost, hebben bijna een half miljoen mensen er ten minste één van gekocht, oftewel één op de negen volwassen Noren.

Hij is door de geluidsbarrière van de autobiografische roman gegaan