The New Yorker – New York

Zangeres Nina Simone (1933-2003), over wie een controversiële film is gemaakt, was een boegbeeld van de burgerrechtenbeweging. Met bijtende protestsongs streed ze tegen de onrechtvaardigheid die haar Afro-Amerikaanse volk te verduren kregen. Een strijd die, getuige de recente gebeurtenissen in Ferguson, nog lang niet gestreden is.

‘My skin is black’, zo begint het verhaal van de eerste vrouw, ‘my arms are long’. En, op een langzaam en bonkend ritme, ‘my hair is woolly, my back is strong’. Zo begon Nina Simone in 1965 in een Nederlandse club een lied dat ze had geschreven over wat zij ‘Four Negro Women’ noemde, voor een jong, geheel blank en ademloos publiek. ‘And one of the women’s hair,’ ging ze verder, terwijl ze licht met haar hand over haar eigen woolly afrokapsel streek, ‘is like mine’. Alle vier de vrouwen in het lied hebben een naam. Aunt Sarah is oud, en haar sterke rug heeft haar alleen maar geholpen ‘to take the pain inflicted again and again’. De gele huid en het lange haar van Sephronia zijn het gevolg van het feit dat haar blanke vader haar moeder heeft verkracht – ‘Between two worlds I do belong’ – en Sweet Thing, die prostituee is, heeft een lichtbruine huid en een lach zo vol bravoure dat sommige van haar gretige Hollandse toehoorders zo dom waren om terug te lachen. En toen sloeg Simone toe met de laatste en meest strijdbare van de vier vrouwen, met de onwaarschijnlijke naam Peaches. ‘My skin is brown,’ gromde ze woest, ‘my manner is tough. I’ll kill the first mother I see. Cause my life has been rough.’ Het lied is het verhaal van zwarte vrouwen in Amerika, maar het is ook een verhaal over lang onderdrukte en uiteindelijk onbeheersbare woede.

Veel zwarte vrouwen hebben de laatste tijd hun woede geuit over een nieuwe film over het leven van Nina Simone, en dat terwijl die film nog niet eens in de bioscopen draait. De discussie draait om huidskleur, en wat het voor Simone betekende dat ze niet alleen Afro-Amerikaanse was, maar ook sterk Afrikaanse gelaatstrekken had en een heel donkere huid. Is het mogelijk om Simones fysieke kenmerken en de prijs die ze daarvoor in Amerika moest betalen, los te zien van de vrouw die ze uiteindelijk is geworden? Kan zij gespeeld worden door een actrice met minder typisch Afrikaanse trekken en een lichtere huid? Moet ze wel door zo’n actrice worden gespeeld? Deze vragen – die zelden als vragen worden gesteld – zijn opgekomen na een eerste, besloten voorstelling voor filmdistributeurs in Cannes, waar duidelijk werd dat actrice Zoe Saldana, een lichtgetinte schoonheid naar Europese maatstaven, met Dominicaanse roots, de rol van Nina Simone speelde. Sindsdien is de discussie de film Nina blijven achtervolgen, al hebben zelfs recensenten hem nog niet gezien. De regisseur, Cynthia Mort, heeft de keuze van Saldana voor deze rol tot nu toe ferm verdedigd. Ze wees erop dat acteertalent nu eenmaal belangrijk is, maar voerde ook aan dat Simones eigen Four Women gaat over vrouwen met verschillende tinten – een goed argument. Geen van de vrouwen in Simones meest persoonlijke en bijtende lied ontkomt aan schade en vernedering vanwege haar ras.

Ironisch genoeg werd Four Women aanvankelijk gezien als een belediging voor zwarte vrouwen; nadat de plaat in 1966 was verschenen, weigerden verschillende radiozenders in New York en Philadelphia hem te draaien. Daaraan kwam echter al snel een eind, toen die censuur meer woede bleek te wekken dan het lied zelf. Simones echtgenoot en manager, Andrew Stroud, vreesde dat de controverse schadelijk zou zijn voor haar carrière, al was dit niet bepaald iets nieuws. Simone zong al sinds 1963 luid en duidelijk over burgerrechten – en dat was later dan figuren als Harry Belafonte en Sammy Davis Jr. met hun heldhaftige stellingname, maar toch in een tijd dat veel zwarte artiesten zich nog gevangen voelden tussen de regels van het commerciële succes en de toenemende druk om zich in de rassenstrijd te mengen. Weliswaar produceerde Motown vroeg in de jaren zestig een hele stroom rasoverstijgende hits en waren de zwarte vertolkers daarvan razend populair, maar zij hadden niets te maken met de burgerrechtenbeweging.