El País – Madrid

Begin november overleed Aurora Bernárdez, de eerste vrouw van schrijver Julio Cortázar. Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa, vriend van het echtpaar, schreef een eerbetoon aan haar.

Het was december 1958 dat een Peruviaanse vriend van de Unesco, Alfonso de Silva, me uitnodigde om bij hem thuis in Parijs te komen eten. Hij zette me naast een magere, boomlange man zonder baardgroei van wie ik pas bij het afscheid ontdekte dat het Julio Cortázar was. Hij zag er zo jong uit dat ik hem even oud als mezelf schatte; in werkelijkheid was hij 22 jaar ouder. Zijn vrouw, Aurora Bernárdez, die klein en frêle was, had grote blauwe ogen en een ietwat ironische glimlach waarmee ze de mensen op afstand hield.

Ik ben nooit vergeten wat een indruk het gesprek met dat zo ongelijk ogende paar die avond op me maakte. Ze leken alle boeken gelezen te hebben, ze zeiden alleen maar slimme dingen en waren al vertellend zo op elkaar ingesteld – ze speelden elkaar almaar het woord toe als twee behendige koorddansers die elkaar de kegels doorgeven – dat je haast dacht dat alles was ingestudeerd.

Aurora en Julio.