Foreign Policy – Washington DC

In Saoedi-Arabië verzet een ‘post-islamitische generatie’ zich tegen de rigoureuze toepassing van de sharia. Sommigen zweren het geloof zelfs compleet af. Is het denkbaar dat de bakermat van de islam op termijn een democratie wordt?

Ahmed al Ghamdi’s lange, warrige baard en roodgeruite hoofddoek zijn symbolen van zijn conservatieve benadering van de islam. Precies zoals je zou verwachten dus van een man die ooit aan het hoofd stond van de Saoedische religieuze politie in de heilige stad Mekka. Maar in de zomer van 2011 deed hij een verklaring die allerminst voorspelbaar was. Hij gaf aan dat hij, na uitgebreid onderzoek, geen islamitische basis had kunnen vinden voor het meest kenmerkende onderdeel van de Saoedische samenleving: de strikte seksescheiding.

In zijn appartement in een sjofele, arme wijk van Djedda, met zijn vrouw, zus en moeder als zichtbaar trotse toehoorders, legde Ghamdi me uit dat hij de religieuze verordening dat vermenging van seksen haram is – dat wil zeggen, op religieuze gronden verboden – niet langer ‘kritiekloos’ kon accepteren. ‘Ik wilde zien wat eraan ten grondslag lag, dus begon ik met het verzamelen van alle teksten over deze zaak uit de Koran en de soenna [voorbeelden uit het leven en de lessen van de profeet Mohammed],’ zei hij. ‘Mijn conclusie was dat geen enkele tekst of versregel in de Koran of de soenna met zoveel woorden zegt dat vermenging haram is. Het woord “vermenging” komt niet eens in de Koran voor.’ In plaats daarvan, zei hij, vond hij talloze teksten ‘die bewezen dat vermenging wel degelijk plaatsvond in de tijd van de profeet Mohammed’ en dat die ‘gewoon bij het dagelijks leven hoort’.

Ghamdi’s verklaring zorgde wekenlang voor een hoog oplaaiend nationaal debat, zijn baan bij de religieuze politie raakte hij kwijt.

Polarisering

Het verhaal van Ghamdi is maar één voorbeeld van de vele manieren waarop het religieuze landschap van Saoedi-Arabië – dat vaak als star en eenkleurig wordt beschouwd – steeds meer aan verandering onderhevig is. Het is niet zo dat we getuigen zijn van een hervorming in de bakermat van de islam. Moskee en staat blijven in Saoedi-Arabië nauw verbonden, de belangrijkste wetgeving is ontleend aan de sharia en de koning staat bekend als de ‘Bewaker van de Twee Heilige Moskeeën’, een verwijzing naar de heiligdommen in Mekka en Medina. Maar de religieuze opvattingen van gewone mensen veranderen, evenals de relatie tussen het Huis van Saoed [de koninklijke familie] en de geestelijkheid.

Kenmerkend voor dit religieuze toneel in ontwikkeling is dat de geestelijkheid steeds minder vat heeft op het sociale gedrag, dat het denken over religie steeds diverser wordt en dat de polarisering tussen progressieve en extreem-rechtse versies van de islam toeneemt, met als gevolg dat de monarchie minder goed in staat is om met behulp van de godsdienst sociale conformiteit en politieke gehoorzaamheid af te dwingen. Met het escalerende tumult in het Midden-Oosten betekent dit een extra uitdaging voor de koninklijke macht.