Intelligent Life – Londen

Andre Geim, de Nederlands-Britse natuurkundige van Russische afkomst, won als enige wetenschapper zowel de ‘Ig Nobelprijs’ als de echte Nobelprijs. Dankzij zijn ontdekking van grafeen, een materiaal met ongekende mogelijkheden, kan hij volgens bewonderaars de grondlegger worden van een nieuwe economie.

Een jaar voor de val van de Sovjet-Unie, in december 1990, kwam een jonge Russische fysicus met weinig geld aan op het station van Nottingham. Hij sprak gebrekkig Engels. Hij zag er stevig uit, met een brede grijns op zijn gezicht, en hij had ‘een interessant maar niet wereldschokkend stukje werk’ op zijn naam staan inzake flinterdunne supergeleiders. Dit was het oordeel van Peter Main, hoogleraar aan de Universiteit van Nottingham, die hem op het station begroette. De gast van Main was dankzij de glasnost verlost van de Sovjet-Unie, en hij was vastbesloten een carrière op te bouwen in Europa en indruk te maken. Hij had een tijdelijke aanstelling voor zes maanden en werkte gedurende die tijd dikwijls honderd uur per week. Hij probeerde zijn medeonderzoekers aan het lachen te maken, maar vaak zonder succes. Main herinnert zich dat hij een belangrijke computer van de natuurkundefaculteit liet crashen, en dat ‘ik na ongeveer twee weken de enige was die nog met hem wilde werken’.

Terugkijkend vraagt professor Sir Andre Geim zich af of het zijn accent was dat zijn nieuwe collega’s irriteerde. Dat accent is nog steeds sterk aanwezig, met de achter in de keel uitgesproken ‘r’, die in Rusland vaak duidt op Duitse roots. Maar Main denkt dat het iets eenvoudigers en diepers was dat mensen tegen de haren instreek – de urgente, overduidelijke behoefte van Geim om zichzelf te bewijzen. ‘Hij had moeite zich sociaal staande te houden,’ zegt Main, ‘wat interessant is, omdat hij later het sociale centrum van zijn afdeling werd.’

De faculteit waar Geim zich inmiddels heeft gevestigd, aan de Universiteit van Manchester, heeft zich toegelegd op een wetenschapsgebied dat tot voor tien jaar nog niet in de mode was, maar nu de grootste geesten van de planeet aantrekt. De Condensed Matter Physics Group (CMPG) neemt twee verdiepingen in beslag van een kantoorgebouw op drie kilometer ten oosten van Old Trafford. Daar onderzoekt het team van Geim de buitengewone eigenschappen van de tweedimensionale materialen waarvan niemand wist dat ze bestonden, totdat hij ze aan de wereld toonde.

Zijn humor doet het in de gangen van de CMPG beter dan in Nottingham. Hij beleeft er bijvoorbeeld een hoop lol aan om een Indiase en een Pakistaanse postdoc naast elkaar te zetten en ze allebei ‘Kasjmiri’ te noemen. Hij komt ermee weg omdat het grappig is, en misschien ook wel dankzij de status die hij in zijn nieuwe vaderland heeft verworven. Vier jaar geleden won hij op uitzonderlijk jonge leeftijd de Nobelprijs voor de Natuurkunde. (Hij was 52, maar jeugd is een relatief begrip in de intellectuele stratosfeer. Geim vermoedt dat hij een van de dertig levende Nobelprijswinnaars is die nog níét dement zijn.)

Sindsdien is hij als een held van de Russische wetenschap omarmd door leden van de heersende elite van president Poetin, en als de incarnatie van de Britse eenentwintigste-eeuwse kenniseconomie door een dankbare coalitieregering. Informeel is hij verheven tot de rol van publieke intellectueel, iets wat in Frankrijk populairder is dan in Engeland, en in Engeland waarschijnlijk gevaarlijker dan in Frankrijk. Niet dat het risico hem iets kan schelen. ‘Politieke correctheid behoort niet tot mijn ondeugden,’ gromt hij. ‘Ik accepteer dat het mijn rol in de samenleving is om een storende factor in het gladde verloop der dingen te zijn.’

Andre Geim in zijn laboratorium.