The New Yorker – New York

Sinds de dood van kolonel Gaddafi regeert de chaos in Libië. Het land is uiteengevallen in verschillende staatjes die met elkaar in oorlog zijn. Een van de weinigen die de militaire impasse lijkt te kunnen doorbreken, is generaal en voormalig CIA-agent Khalifa Haftar.

Begin vorig jaar verliet generaal Khalifa Haftar Virginia, waar hij twintig jaar heeft gewoond en enige tijd voor de CIA heeft gewerkt. Hij keerde terug naar Tripoli, waar hij voor de zoveelste keer de wapens opnam in de strijd om de macht in Libië.

Haftar is een vriendelijk ogende man van begin zeventig die aan de zijde van bijna elke Libische factie van enig belang heeft gevochten. Dat heeft hem de reputatie opgeleverd van iemand met ongekende militaire ervaring en uiterst flexibele opvattingen over loyaliteit. Zijn militaire hoofdkwartier bevindt zich in de Groene Bergen, de traditionele schuilplaats voor opstandelingen in Libië. Het is een oude luchtmachtbasis, omringd door akkers met rode aarde en boomgaarden vol olijfbomen en hazelaars.

In een offensief dat hij Operatie Waardigheid doopte, heeft hij met zijn zelfbenoemde Nationale Leger een groot deel van de oostelijke helft van het land veroverd. De rest, waaronder Tripoli, is in handen van de Dageraad van Libië, een brede coalitie van verschillende milities die vaak tactische allianties sluiten met moslimextremisten. Generaal Haftar wil bereiken wat Sisi in Egypte heeft gedaan: de extremisten verslaan en het land vrede en stabiliteit brengen, opgelegd door zijn leger.

Gepensioneerde leraar

Toen ik deze winter een bezoek bracht aan Haftars hoofdkwartier, zag ik een gevechtshelikopter van Russische makelij en werd ik begroet door een groep strijders die munitie stonden uit te laden. De basis verkeert in constante staat van paraatheid. Haftar staat boven aan de dodenlijst van Dageraad van Libië. Vorig jaar juni werd bij zijn huis in Benghazi een zelfmoordaanslag gepleegd met een jeep vol explosieven. Vier bewakers kwamen om, Haftar zelf ontsprong de dans. Sindsdien wordt hij zwaar beveiligd. Bezoekers moeten hun wapens inleveren en worden door zijn soldaten gefouilleerd. Een paar maanden geleden wilde blijkbaar iemand een aanslag plegen met een bom die in een telefoon was verstopt, dus zijn beveiligers nemen nu ook alle telefoons in beslag.

Haftar ontving me in een keurige werkkamer met een beige bankstel en bijpassend vloerkleed. Met zijn ouderwetse soldatensnor en zijn onberispelijke kaki-uniform lijkt hij meer op een gepensioneerd leraar dan op de door Amerika gesteunde tiran die zijn vijanden beschrijven. Bedaard legde hij uit waarom hij de strijd weer had opgepakt. Na zijn deelname aan de opstand tegen Gaddafi in 2011 probeerde hij een positie te verwerven in het nieuwe politieke bestel van Libië. Toen dat niet lukte, ging hij een poosje terug naar Virginia ‘om bij mijn kleinkinderen te kunnen zijn’. Daar zag hij toe hoe een reeks zwakke regeringen de greep op het land verloren en de milities steeds machtiger werden.

Afgelopen zomer probeerden moslimextremisten Benghazi in handen te krijgen. In een nietsontziende moordcampagne, bedoeld om de laatste resten van het maatschappelijk bestel weg te vagen, werden 270 advocaten, rechters, activisten, officieren en politiemensen omgebracht, onder wie verschillende oude vrienden en collega’s van Haftar. ‘Er was geen ordehandhaving meer, geen bescherming,’ zei hij. ‘De mensen durfden ’s avonds de deur niet meer uit. Ik vond het schokkend. Hadden we onszelf eindelijk verlost van het bewind van Gaddafi, kregen we dit.’

Haftar zocht contact met wat er nog over was van het Libische leger en burgerlijke instanties, met etnische stammen en met mensen in Tripoli. ‘Iedereen zei hetzelfde,’ vertelde hij: ‘“Iemand moet ons redden. Waar blijf je?” Ik heb gezegd: Als ik de steun van het volk heb, dan kom ik. Toen er in heel Libië demonstraties plaatsvonden waarin mensen mij om hulp vroegen, wist ik dat er een levensgevaarlijke taak op me af kwam, maar ik heb die taak aanvaard.’