Quartz – New York

Het gaat slecht met McDonald’s, en dat is voor de Amerikanen misschien maar beter ook. Toch bewaart ex-werknemer Paul Smalera warme herinneringen aan het fastfoodbedrijf.

Hoe houd je een lofrede op een fastfoodketen die nog niet helemaal ter ziele is, die de oorzaak is van vele persoonlijke en publieke kwalen van onze wereld, maar die wel ooit het blinkende baken was boven de metaforische stralende stad op de heuvel van president Reagan?

Stel je eens een wereld voor zonder Big Macs. Zo onwerkelijk is dat niet: de omzet van McDonald’s blijft dalen en na de doorgevoerde veranderingen zitten er alweer nieuwe veranderingen aan te komen. Het is eerder moeilijk je een tijd voor te stellen waarin het restaurant nog symbool stond voor Amerika. Toch heeft die tijd echt bestaan.

Ik wil hier geen lofrede op McDonald’s houden, maar echt begraven wil ik de keten ook niet. Want voor ieder kind dat in de jaren tachtig en negentig is opgegroeid in Amerika was McDonald’s de Absolute Traktatie. Vooral als je onder de tien was. Als je lief was geweest in het winkelcentrum (nog zo’n uitstervend fenomeen) terwijl mama met kortingsbonnen in de hand door de warenhuizen racete, kreeg je een Happy Meal. Bij de drive-in, na schooltijd, als mama nachtdienst had als datatypiste en geen tijd had om voor papa en jou te koken. Kipnuggets voor jou, en voor papa, die op weg naar huis was na een lange dag werken in de machinefabriek, een Big Mac. Langs de snelweg, tijdens die gruwelijke vakantieritten de oostkust op en neer, in de tijd dat nog niet iedereen overal heen vloog… tja, wat was het toen? Een cheeseburger misschien, of een exotische delicatesse als een McPizza of een punt gefrituurde appeltaart en een beker decafé.

Voor ieder kind dat opgroeide in de jaren tachtig en negentig was McDonald’s de Absolute Traktatie