Época – São Paulo

De Baai van Guanabara zal voorlopig nog geen Baai van San Francisco worden, maar in Rio de Janeiro is een bloeiende creatieve industrie aan het ontstaan. Heeft de internationale aandacht de stad dan toch goed gedaan?

In de creatieve economie leven verschillende stammen vreedzaam naast elkaar. Zoals die van Arthur Protásio, bedenker van sterke verhalen [en specialist in verteltechnieken in videospelletjes]. Een van zijn verhalen gaat over een bioloog die vleesetende vissen uit het Amazonegebied haalde en ze in de vijver van een klein stadje liet zwemmen. Toen het hard begon te regenen, liep de vijver over, de vissen ontsnapten en vielen de bewoners aan. Bijna niemand wist te ontsnappen: het vredige plaatsje veranderde in een spookstad.

Protásio verzint niet alleen sterke verhalen – hij verdient er ook zijn geld mee. Zijn vertelsel over de vissen verkocht hij aan een waterpretpark in het binnenland van Brazilië. Het vormde de basis voor een ‘mockumentary’ [nepdocumentaire] die – bij wijze van zwarte humor – vertoond wordt aan bezoekers die in de rij staan te wachten. Protásio’s beroep heeft uiteraard ook een hippe naam: ‘narrative designer’. Hij is de oprichter van Fableware, een bedrijfje dat verhalen bedenkt voor games, muziekvideo’s, animaties, reclamespotjes en dus ook voor mockumentaries.

Binnen Brazilië is de staat Rio de Janeiro het centrum van de creatieve industrie, in die zin dat er verhoudingsgewijs het meeste geld in omgaat: 3,8 procent van het bbp, oftewel 20,6 miljard real [6,3 miljard euro] per jaar. Ook de stad Rio doet het duidelijk beter dan alle andere steden in het land: er werken zo’n 107 duizend mensen in de creatieve sector.

Telemarkeers van de Braziliaanse start-up Hotel Urbano in het hoofdkantoor in Rio. – © Dado Galdieri / Getty Images