The Guardian – Londen

De Ierse auteur Anne Enright voelde nooit de behoefte om over het landschap te schrijven. Tot nu toe. In dit essay beschrijft ze hoe de ruige Atlantische kust, waar haar vader opgroeide, een inspiratiebron werd voor haar nieuwe, bejubelde roman The Green Road.

In het voorjaar van 2012 huurden we voor lange tijd een huisje in de Burren, aan de westkust van Ierland, met uitzicht op de kalksteenvlakten van de Flaggy Shore en op de Araneilanden. Het is een ongerept en prachtig stukje van onze aarde. Enkele van Ierlands grootste auteurs, zoals dichter William Butler Yeats en toneelschrijver John Millington Synge [1871-1909] hebben over die eilanden geschreven.

Misschien kwam het door de nieuwe locatie, maar in die tijd wist ik niet meer precies wie ik was. Iedere dag trok ik eropuit om te wandelen en eens lekker uit te waaien, maar ook om het ongerepte van dat gebied tot me door te laten dringen. Dat is precies wat het groene pad [dat de inspiratie vormde voor Enrights nieuwe roman] is: een boreen, een onverhard pad dwars over de vlakten van de Burren van Ballynahown tot Caher Valley, met een steeds veranderend uitzicht vanaf de Cliffs of Moher in het zuiden tot de Twelve Bens en het Maumturk-gebergte in het noorden, aan de andere kant van Galway Bay.

Tot nu toen had ik de ‘landschap-oplossing’ in Iers proza vermeden, waarbij de schrijver de woorden ‘Atlantisch’ en ‘veenmoeras’ in het verhaal stopt en de hoofdpersoon de weemoed al vanzelf meekrijgt. Maar nu was ik er zelf, op dat groene pad, en ik vond dat ik daar nu maar eens iets over moest schrijven.

De Araneilanden liggen in County Galway, maar eigenlijk vormen ze een voortzetting van het land ten zuiden en ten oosten ervan. De cartograaf en schrijver Tim Robinson beschrijft ze als ‘fragmenten van één lange, lage steilte, een afgebroken arm van de kalksteenvlakten van de Burren’. In County Clare hebben de eilanden het vasteland verlaten of zijn ze ernaar teruggekeerd.

De kust is niet genoemd naar biezen of lissen, maar naar de scheuren en spleten die de rotsplaat veranderen in flagstones, alsof het een oude vloer is. Er is iets met kalksteen – het schittert en het scheurt, bloemetjes groeien in de spleten – wat leuk is voor het kinderoog: de geometrische lijnen nodigen uit om te spelen. En het grijs is echt minimal, natuurlijk. Heel erg nu. Karst is langzaam oplosbaar en het herinnert zich het water dat het afslijt. Kijk op, en je ziet die gigantische zee, van goddelijke proporties – God, als je in God gelooft, is daar gewoon, overal om je heen. En als je niet gelooft, dan vertellen de rotsen, omdat ze de diepe geologische tijd in zich hebben, alles wat je moet weten over je eigen bestaan en de tijdelijkheid ervan.

Kijk op, en je ziet die gigantische zee, van goddelijke proporties – God, als je in God gelooft, is daar gewoon, en overal om je heen