African Arguments | Londen

De invloedrijke zakenman en politicus Moïse Katumbi heeft zich kandidaat gesteld voor het presidentschap van Congo. Maar is hij niet te vroeg van start gegaan?

Nadat Moïse Katumbi zijn kandidatuur voor het presidentschap bekend had gemaakt, beleefde hij een paar hectische en emotionele dagen. Op 4 mei kondigde de voormalige gouverneur van Katanga zijn stap aan op Twitter, en de volgende dag was zijn huis omsingeld door politie. Katumbi’s arrestatie leek een feit, maar uiteindelijk trok de politie zich terug onder druk van Monuc, de VN-vredesmacht in de Democratische Republiek Congo.

De bewuste verkiezingen zijn gepland op 27 november, maar het is nog maar de vraag of ze überhaupt zullen plaatsvinden. Op dit moment denken maar weinig mensen dat er geloofwaardige verkiezingen kunnen worden georganiseerd. De hoofdreden voor deze scepsis is dat de regering de kiescommissie niet van het benodigde geld voorziet om de verschillende fases van het proces op touw te zetten. Je zou dit kunnen interpreteren als een bewijs van onkunde van de regering, maar in feite komt het neer op een boycot.

Scheuren

In de afgelopen paar jaar heeft de regering van alles geprobeerd om president Joseph Kabila langer in het zadel te houden dan de twee ambtstermijnen die wettelijk zijn toegestaan. Zo probeerde parlementsvoorzitter Aubin Minaku in september 2014 tevergeefs een grondwetswijziging door te drukken, en in januari 2015 poogde de regering een nieuwe kieswet te introduceren die het mogelijk zou maken om de verkiezingen op de lange baan te schuiven. De enige strategie die tot nog toe heeft gewerkt is le glissement (‘verschuiving’), oftewel: de verkiezingen vertragen door te pretenderen dat het financieel of technisch niet mogelijk is ze op tijd te organiseren. Aan de macht blijven simpelweg door geen verkiezingen te houden.

Rond 2014 werd niettemin steeds duidelijker dat president Joseph Kabila de grootste moeite had om de informele netwerken en belangengroepen die zijn regime uitmaken, bijeen te houden. Na september 2015 verschenen er steeds meer scheuren in Kabila’s presidentiële meerderheid. In die maand werden zeven partijleiders – bekend als de G7 – uit de coalitie gezet nadat ze de president hadden opgeroepen om niet onrechtmatig aan de macht te blijven. Niet lang daarna stapte de invloedrijke Moïse Katumbi uit de regerende PPRD-partij. Ondertussen groeide de weerstand tegen Kabila zelfs in zijn thuisprovincie Katanga, en raakt de president meer en meer vervreemd van zijn inner circle.

In december 2015 sloegen Kabila’s tegenstanders, waaronder Katumbi en de G7, en verschillende maatschappelijke organisaties de handen ineen en richtten tezamen het Front Citoyen [het burgerfront] 2016 op. De oppositie stuit op veel tegenwerking van het regime en ziet zich geconfronteerd met pogingen om onderlinge verdeeldheid te zaaien. Binnen de oppositie geldt Moïse Katumbi al sinds 2014 als de enige serieuze uitdager van Kabali. Als gouverneur van Katanga (van 2008 tot 2015, toen de provincie werd opgedeeld) was hij alom gerespecteerd vanwege zijn geboekte successen. Hij staat aan het hoofd van een groot zakenimperium en met zijn knappe verschijning, zijn vlotte babbel en zijn geld is hij in staat om een groot aantal kiezers te mobiliseren, zowel in de voormalige provincie Katanga als daarbuiten.