Hakai Magazine | Victoria, BC

De Pixar-film Finding Nemo leidde tot een run op de clownvis. Grote kans dus dat de opvolger Finding Dory hetzelfde effect heeft op de doktersvis. Maar die laat zich lastig kweken.

Op een vochtige lentemorgen in 2014 liep Eric Cassiano een raamloze ruimte in op de Ruskin-campus van de universiteit van Florida. Op een paar kilometer afstand lagen zeilboten te dobberen in de jachthavens van Tampabaai. In het Tropische aquacultuur laboratorium (TAL) liep de bioloog naar een veel kleinere zoutwatermassa: een reservoir van 210 liter vol babyvisjes ter grootte van een vlo die worstelden om te overleven – de meest recente poging om te zegevieren in wat zowel een wetenschappelijke puzzel, een poging tot milieubehoud als een race tegen Disney was geworden.

Het doel van het experiment was simpel: voor het eerst in een laboratorium blauwe doktersvissen uit pas gelegde eitjes laten opgroeien tot volwassen koraalrifvissen. Maar het succes was uitgebleven. En nadat maandenlang tientallen pogingen om de ovaalvormige, geelblauwe vis te kweken mislukt waren, werd de druk nu verder uit onverwachte hoek opgevoerd: Hollywood. Volgende maand brengt Walt Disney Pictures de door Pixar geproduceerde film Finding Dory uit, waarin de hoofdrol wordt vervuld door de praatlustige en vergeetachtige doktersvis die een bijrol speelde in Finding Nemo, de succesvolle animatiefilm uit 2003 over een jonge clownvis.

Finding Dory, de trailer.