Le Monde | Parijs

Sinds de release van zijn film Elle is Paul Verhoeven in Frankrijk een vedette. In een interview met Le Monde blikt hij terug op de mijlpalen in zijn carrière.

Hoe bent u in de film terechtgekomen?

‘Voor het eind van de oorlog had ik nog nooit een film gezien. Tijdens de Duitse bezetting vertoonden de bioscopen die niet meer. Maar na de bevrijding verspreidde de Amerikaanse cultuur zich over het hele land. Tussen 1945 en 1955 heb ik honderden Amerikaanse films gezien. Ik bracht mijn leven door in de bioscoop, het was zoiets nieuws voor me! Die films hebben me een heerlijke kindertijd bezorgd, net als trouwens het weekblad Kuifje. Ze zijn ongetwijfeld van onbewuste invloed geweest op mijn manier van kijken, mijn manier van filmen.

Zin om cineast te worden kreeg ik pas later, toen ik na de middelbare school in Frankrijk kwam – mijn vader vond het erg belangrijk dat ik Frans leerde spreken. Daar ging ik opnieuw naar de middelbare school, in Saint-Quentin, waar een van mijn leraren een filmclub had opgericht. Op dat moment begreep ik dat film een vorm van kunst kon zijn, begon ik na te denken over de manier waarop films werden gemaakt. Ik overwoog een studie te gaan volgen aan het voormalige Franse filminstituut IDHEC, maar ik was te laat om me in te schrijven. Terug in Nederland heb ik wis- en natuurkunde gestudeerd, maar naarmate de jaren verstreken kreeg ik steeds meer zin om films te maken. En toen ik in 1964 in militaire dienst moest, lukte het me om bij de filmafdeling van de marine te komen. Anders dan al mijn vrienden zag ik af van een carrière als wiskundeleraar, om cineast te worden.’

© Reuters / Regis Duvignau