The Guardian | Londen

David Hockney is behalve een van de belangrijkste Britse schilders van de afgelopen eeuw ook een scherpzinnig observator van het werk van anderen. Met criticus Martin Gayford praat hij over Rembrandts perfecte tekening, Caravaggio als uitvinder van de Hollywoodbelichting, en Monet die een moment vangt in de tijd.

Rembrandts ‘Een kind wordt geleerd te lopen’, circa 1656

David Hockney: Het moment waarop je twee of drie tekens op een stuk papier zet, krijg je relaties. Ze beginnen ergens op te lijken. Als je twee lijntjes tekent, kunnen die eruitzien als twee figuren of twee bomen. De een is het eerst gemaakt, de ander daarna. We maken allerlei soorten dingen op uit tekens. Je kunt met heel weinig een landschap, mensen en gezichten suggereren. Het hangt allemaal af van het talent van de mens om een teken als een afbeelding te zien.