Süddeutsche Zeitung  | München

Het Natuurhistorisch Museum in Helsinki biedt wel een heel bijzondere attractie. ’s Nachts is het gebouw het domein van een giftige Chileense spinnensoort die zich hier heeft gevestigd.

Hij weet waar hij moet zoeken, zo ’s avonds laat in het museum. Buiten schemert het Finse zomerlicht nog, binnen werpen de oude muren en zuilen hun schaduw. De bezoekers zijn allang naar huis, het is muisstil. De beste omstandigheden voor een spinnenjacht.

Janne Granroth schuift een lang, blauw gordijn opzij, waarachter een deur verscholen gaat. Het Natuurhistorisch Museum in Helsinki is gevestigd in een voormalige school voor Russische jongens, een pompeus gebouw uit 1913 naar een ontwerp van Russische architecten en genoemd naar tsaar Alexander II. Enkele jaren na de Finse onafhankelijkheid (1917) werd er een museum van gemaakt. Achter de deur loopt een hellingbaan omlaag naar een grote ruimte, die in gebruik is als depot. Voor de ramen hangen gordijnen. Het gelige licht van de plafondlamp valt op een merkwaardig allegaartje van opgezette dieren, zoals buffels, katachtigen, antilopen, een kangoeroe en een struisvogel. Ernaast staan stapels kisten met dode vlinders. Maar iets in deze ruimte leeft. Iets wat hier helemaal niet hoort.

Op een bordje valt te lezen dat de “niet uit te roeien” spinnen met een lading fruit uit Zuid-Amerika in Helsinki zijn beland en in harmonie met de museummedewerkers leven