Politico | Washington D.C.

Vroeger was Hillary Clinton veel transparanter, emotioneler en opener dan nu. Toen begonnen de media gehakt van haar te maken en bouwde ze een pantser op. Dat keert zich nu tegen haar.

Ze was niet altijd zo. Ze was geen vrouw die in het openbaar zowat onderuitging om na een paar uur totale afwezigheid weer op te duiken met een ‘Ik voel me geweldig!’, alsof er niets aan de hand was, alsof ze niet al dagen wist dat ze longontsteking had. Ook beschuldigden haar tegenstanders haar niet voortdurend van een ‘gebrek aan openheid’, of het nu over Benghazi ging of over een bacteriële infectie.

Nee, ooit wilde Hillary Rodham Clinton haar diepste gedachten en zielenroerselen delen, zoals in een toespraak uit 1993 over ‘betekenispolitiek’, gehouden toen haar vader op sterven lag. Daarin vertelde ze dat het land leed aan ‘een sluimerende ziekte van de ziel’ en spoorde ze haar medeburgers aan ‘de maatschappij te hervormen door opnieuw te definiëren wat het betekent om in de twintigste eeuw mens te zijn’.

Haar beloning? Ze werd openlijk en onophoudelijk op de hak genomen, met als berucht dieptepunt een omslagartikel van wijlen Michael Kelly in The New York Times, getiteld ‘Saint Hillary’. In dat stuk ging ze zelfs nog dieper op haar drijfveren in, niet wetend dat Kelly er misbruik van zou maken door de draak met haar hooggestemde ernst te steken.

In beide interviews verschilde de publieke Hillary Clinton volledig van de degene die de mensen nu te zien krijgen: ze was minder op haar hoede, veel openhartiger, omarmde veel gretiger het ‘verheven ideaal’ waarvan haar nu wordt verweten dat ze het niet heeft. Toen Kelly opperde dat ze ‘probeerde een allesomvattende theorie van het leven te bouwen’ reageerde ze – volgens hem ‘uitgelaten’ – met: ‘Klopt, dat is helemaal waar!’

Kelly schreef: ‘Ze zoekt, zo blijkt in de loop van twee lange gesprekken, naar een wereldbeschouwing die conservatisme paart aan liberalisme en kapitalisme aan dirigisme. De theorie verenigt praktisch alles in zich: wie we zijn, wie we waren, het menselijk tekort, het woord Gods, het einde van het communisme en het begin van het derde millennium, de misdaad op straat en die op Wall Street, tienermoeders, vuilbekkende kinderen en enge dronkenlappen in parken, het cynisme van de pers en de corrumperende rol van televisie, de teloorgang van de beschaving en het gebrek aan gemeenschapszin.’ [Lees hier het gehele artikel.]

Clinton houdt een fel betoog tegen Witte Huis-verslaggever Helen Thomas in een van de gangen van de presidentiële woning. – © Cynthia Johnson / The LIFE Images Collection / Getty Images