The Atlantic | Washington D.C.

Hillary Clintons kandidatuur heeft een golf van vrouwenhaat uitgelokt, die het Amerikaanse politieke leven nog jaren kan verstikken.

Afgezien van het feit dat ze een vrouw is, is Hillary Clinton een uiterst conventionele presidentskandidaat. Ze speelt al decennialang een rol in het openbare leven. Haar retoriek is zorgvuldig afgewogen. Haar standpunten weerspiegelen in grote lijnen die van haar partij.

Maar de reactie op haar kandidatuur is onconventioneel. Het percentage Amerikanen dat een ‘bijzonder ongunstig’ beeld van haar heeft stijgt ver uit boven dat van enige andere Democratische genomineerde sinds 1980, toen de opiniepeilers ernaar begonnen te vragen. De afkeer die ze bij blanke mannen oproept is nog ongekender.

Volgens het Amerikaanse opinieonderzoeksbureau heeft 52 procent van de blanke mannen een ‘zeer ongunstig’ beeld van Clinton. Dat is maar liefst 20 procent meer dan de blanke mannen die in 2012 erg ongunstig over Barack Obama oordeelden, 33 procent meer dan degenen die in 2008 erg ongunstig over Obama oordeelden, en 28 procent meer dan degenen die in 2004 erg ongunstig over John Kerry oordeelden.

Een van de “ontmannende” ervaringen die mannen het meeste vrezen, is ondergeschiktheid aan een vrouw