The Guardian | Londen

In het kader van de Brexit wil Groot-Brittannië zijn immigratiecontrole uitbreiden naar Ierse havens en luchthavens. Volgens de Ierse historicus Diarmaid Ferriter dreigt dit alle vooruitgang die tijdens het Ierse vredesproces is geboekt, weer teniet te doen.

Toen Ierse republikeinen in 1921 met vertegenwoordigers van de Britse regering rond de tafel gingen om te onderhandelen over het Anglo-Ierse verdrag dat een einde moest maken aan de Ierse onafhankelijkheidsoorlog, was de status van Noord-Ierland, en dus de opdeling van Ierland, al een voldongen feit. Die was eerder dat jaar al officieel van kracht geworden.

Om te voorkomen dat de onderhandelingen zouden stuklopen op de eis van de Ierse Republikeinen om deze opdeling ongedaan te maken, bekokstoofde de Britse regering een sluw plan: er zou een grenscommissie komen die opnieuw zou bekijken hoe de grens moest lopen, daarbij rekening houdend met de ‘wensen van de inwoners’ en met economische en geografische omstandigheden.

Ierse onderhandelaars verwachtten dat de conclusies van de commissie gunstig voor hen zouden uitpakken en een grote territoriale uitbreiding zouden opleveren, en dat zou een hereniging met Noord-Ierland dichterbij brengen. Maar die droom viel in duigen toen de grenscommissie in 1925 met haar aanbevelingen kwam: er zou slechts een minimale hoeveelheid land van Noord-Ierland aan het zuiden worden overgedragen, en het zuiden zou zelfs nog wat territorium moeten afstaan. Haastig sloten Dublin, Londen en Belfast een akkoord om de grens dan maar te laten zoals hij was. En zo is hij altijd gebleven, met al zijn 480 kilometer.

Langs de weg van Londonderry naar Donegal, beide Noord-Ierland, verzamelden zich op 8 oktober 2016 honderden demonstranten om tegen de Brexit te protesteren. Ze deelden folders uit aan passanten en openden een checkpoint. – © George Sweeney / REX