Protagon | Athene

In een café op Kreta bespreken de stamgasten of Griekenland niet beter kan terugkeren naar de drachme.

Het loopt tegen het einde van de middag in een dorp aan de zuidkust van Kreta. In het kaféneio [een café waar vooral mannen komen] zit een groep vrienden in gedachten verzonken om een houtkachel. Ik kom binnen samen met Christoforos, een boerenzoon die na zijn informaticastudie naar Londen vertrok en daar inmiddels vijf jaar werkt. Op het moment dat we binnenkomen, besluit een leraar juist zijn betoog: ‘Dat is het beste, gewoon geen geld meer uitgeven. Een paar jaar lang alleen nog olijven en droog brood eten, dan zien we misschien nog ooit licht aan het eind van de tunnel. Laten we eindelijk uit de euro stappen, zodat we weer met geheven hoofd kunnen lopen en onze kinderen een toekomst geven.’

Veel mensen denken er momenteel net zo over als deze leraar: door uit de euro te stappen, zullen we het vast een paar jaar heel moeilijk krijgen, maar daarna zal er een opleving komen en zal er meer werk en welvaart zijn. Eens horen hoe het gesprek in dit kaféneio verder gaat. Wat er gezegd wordt, is zeer leerzaam.

Niet genoeg

Christoforos: Iedereen hier ziet in dat het de eerste jaren moeilijk zullen zijn. Maar waarom denk je dat daarna met de drachme het leven beter zal worden?

Pavlos (hotelhouder): Christoforos, we leven hier van het toerisme en van de olijven. Zodra we de drachme terug hebben, wordt onze economie concurrerender, omdat het voor toeristen dan goedkoper wordt om hiernaartoe te komen …

Christoforos: Waarom zijn producten, zoals toerisme, in drachmen concurrerender? Wat duur is, zijn lonen. U wilt dus graag geld verdienen in euro’s, dankzij de toeristen, en uw personeel in drachmen uitbetalen? Verdient u nog niet genoeg?

Hotelhouder: God, de salarissen zijn het probleem niet! Die zijn ook veel lager geworden trouwens. Maar met de drachme zal al het andere veel goedkoper worden.

Christoforos: O ja? Stroom voor de airconditioning? Olie voor verwarming? Televisies? Meubels? Spullen van IKEA? Turkse lakens en gordijnen? Rundvlees, mayonaise, koffie, whisky?

Hotelhouder: Nee, dat wordt allemaal geïmporteerd. Ik heb het over wat wij hier produceren: olie, tomaten, kaas…

Manolis (Boer 1): Ja, daar heb je genoeg aan. Met de euro is het leven onbetaalbaar geworden. We werken dag en nacht op het land en toch hebben we aan het eind van de maand niet genoeg over om van te leven. Maar we moeten de eurozone op de juiste manier verlaten, zonder onze subsidies te verliezen. Daar leven we hier van, want de productie van olie levert te weinig op. Alles wat we verdienen gaat op aan kunstmest, bestrijdingsmiddelen en brandstof. Alleen door de subsidies houden we nog wat over om van te leven.

Christoforos: Als ik het goed begrijp, zou je je olie goedkoper aan de hotelhouder verkopen als we weer de drachme invoeren? Nu verdien je er tachtig euro mee, waarvan vijftig euro opgaat aan geïmporteerde producten als kunstmest en dergelijke, de dertig euro die overblijft kun je in je zak steken. Als we een andere munt nemen krijg je er minder voor en hou je nog maar twintig euro over. Met dat geld kun je dan misschien meer peterselie kopen, maar minder televisies, mobiele telefoons, benzine en auto’s. Uiteindelijk ben je slechter af.