The Guardian | Londen

De Nigeriaanse Aisha Bakari Gombi jaagde vroeger met haar vader op antilopen en bavianen. Tegenwoordig jaagt ze op Boko Haram.

Terwijl zeven ontvoerde vrouwen en vier kinderen werden meegevoerd in het Sambisawoud, kreeg Aisha Bakari Gombi een telefoontje. De stem die ze hoorde was vertrouwd: een legercommandant die haar vroeg een groep jagers te verzamelen om de ontvoerden op te sporen. De elf waren eerder die dag verdwenen nadat een groep militanten van Boko Haram hun dorp, Daggu, had aangevallen. Ze schoten drie inwoners dood en staken auto’s, huizen en winkels in brand.

Daggu ligt op een halfuur rijden van Chibok, waar in april 2014 tweehonderd schoolmeisjes werden ontvoerd. Beide dorpen liggen in de staat Borno in het noordoosten van Nigeria, waar dit soort aanvallen door de dodelijkste terreurgroep ter wereld vaker voorkomen.

‘Boko Haram kent me en is bang voor me’