Courrier International | Parijs

Journalist Marc Saghié van Courrier International schetst de opmerkelijke ontwikkeling die Recep Tayyip Erdogan het afgelopen decennium doormaakte.

In 2003 ontdekte de wereld tot haar verbijstering dat Recep Tayyip Erdogan, de nieuwe premier van Turkije, afkomstig was uit de islamistische beweging die sinds 11 september 2001 zo veel onrust had gebaard. Maar waar Osama bin Laden het Westen deed trillen door het zaaien van terreur, leek Erdogan een vredelievende islam voor te staan en de breuk tussen de twee werelden te kunnen helen. Want ook al lieten beide mannen zich inspireren door de islam, ze waren in alles elkaars tegendeel.

De een was de zoon van een Saoedische miljardair, de ander verkocht op zijn dertiende broodjes in de straten van Istanboel. Bin Laden werd gespekt met oliedollars, Erdogan had als burgemeester van Istanboel in 1994 naam gemaakt als bestrijder van corruptie. Bin Laden was een vijand van burgerlijke vrijheden, Erdogan werd in 1998 tot tien maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens het voordragen van een gedicht. En waar Bin Laden uit was op de vernietiging van het Westen, steunde Erdogan de integratie van Turkije in de Europese Unie en nam hij een voorbeeld aan de christelijke democratie. Want het was in naam van de Europese integratie dat de Turkse pers, die nauwe banden onderhield met de nieuwe machthebbers, kritiek leverde op de verheerlijking van Atatürk en diens duizenden standbeelden overal in het land, op de alomtegenwoordigheid van het leger in het politieke leven en op het schenden van de rechten van de Koerden. De eerste maatregelen die Erdogan nam waren liberaal getint: vermindering van de gevangenisstraffen wegens belediging van het leger, culturele en politieke rechten voor de Koerden.

Plotseling zag de premier zich gesteund door westerse ambassades en door verlichte moslims die zich sterk maakten voor een nieuw imago en nieuwe leiders. En de economische bloei van Turkije stond in schril contrast met de stagnatie in talrijke Europese landen. De Turkse stemmen die dit idyllische portret wilden nuanceren en wezen op de autoritaire trekken van Erdogan, op zijn wens het land te islamiseren en zijn afkeer van de kemalistische erfenis, werden niet langer gehoord.

Klucht

Maar binnen enkele jaren liep het plan om de politieke islam te verzoenen met de democratie, de mensenrechten en de moderniteit uit op een klucht. Nadat hij in 2014 president was geworden zag Erdogan zichzelf eerder als een nieuwe Ottomaanse sultan die de orde zou herstellen in een chaotische moslimwereld dan als leider van een Europese staat. In naam van de godsdienstvrijheid stond hij het dragen van religieuze symbolen – uitsluitend moslimsymbolen – toe in openbare functies en verklaarde hij dat het de taak van vrouwen was om kinderen te baren, terwijl zijn vrouw de lof zong van de harem.

In 2008 stelde hij, in strijd met zijn Europese afspraken, dat de assimilatie van Turken in Duitsland een ‘misdaad tegen de menselijkheid’ was. De mislukte staatsgreep van 2016 leidde tot een nog autoritairder regime en tot een onderdrukking van alle maatschappelijke lagen die Turkije al decennia niet meer had meegemaakt. Het Turkije van Erdogan ontpopte zich als een vriend van Poetin en wonderlijk genoeg ook van Trump en nam steeds meer afstand van Europa, het oude continent dat nog maar weinigen kan bekoren. Mooie puinhoop.