The New Yorker | New York

Nieuws uit het buitenland is iets anders dan nieuws over het buitenland, luidt al honderd edities lang het adagium van 360. We laten lokale journalisten aan het woord over de situatie in hun land. Maar soms wijken we daarvan af, zoals hier. George Packer (staff writer bij The New Yorker en auteur van de grootse analyse van het moderne Amerika, The Unwinding) beschrijft zijn verkenning van ‘het andere Frankrijk’. Een betere titel – ja, op je honderdste verjaardag mag je zelfs beweren dat je het beter weet dan The New Yorker – zou misschien zijn ‘de andere Fransen’. Want zijn stuk gaat juist over hetzelfde Frankrijk en iedereen – binnen en buiten de Périphérique – die nolens volens meebouwt aan de toekomst van dat land.

Fouad Ben Ahmed had nooit veel aandacht besteed aan Charlie Hebdo. Hij vond het satirische tijdschrift grof en te sterk gefixeerd op de islam en hij kon er niet om lachen, maar hij geloofde ook niet dat het blad veel kwaad deed. Een van de cartoonisten, Stéphane Charbonnier, tekende ook voor Le Petit Quotidien, een kinderblad waarop Ben Ahmed een abonnement had voor zijn kinderen. 
Op 7 januari 2015, toen hij hoorde dat twee broers met Algerijnse namen, Saïd en Chérif Kouachi, op 
de redactie van Charlie Hebdo twaalf mensen hadden geëxecuteerd, onder wie Charbonnier, als wraak voor covers van het blad waarop Mohammed belachelijk werd gemaakt, schreef Ben Ahmed op Facebook: ‘Mijn Franse hart bloedt, mijn moslimziel huilt. Niets, ABSOLUUT NIETS kan deze barbaarse daden rechtvaardigen. Praat me niet van media of politici die een spel zouden spelen, want er is geen excuus voor barbarij. #JeSuisCharlie’

Forum

Die avond verliet Ben Ahmed zijn huis in een Parijse voorstad en ging de stad in om samen met tienduizenden anderen een wake te houden. Zijn Algerijns-Tunesische afkomst is zichtbaar aan zijn donkere huid, en een paar blanke extremisten slingerden hem bedreigingen naar zijn hoofd, maar Ben Ahmed negeerde ze – Frankrijk was ook zijn land. Op 11 januari liep hij met anderhalf miljoen medeburgers in een mars vanaf de Place de la République.

Ben Ahmeds Facebookpagina werd een forum waarop anderen, voornamelijk Franse moslims, over de aanslagen discussieerden. Velen uitten alleen hun verdriet en woede; sommigen kwamen met samenzweringstheorieën waarin ze beweerden dat dit een complot was om moslims in diskrediet te brengen. ‘Laat de politie maar onderzoek doen naar de achtergronden van dit bloedbad,’ vond Ben Ahmed. Een vrouw schreef: ‘Ik houd mijn hart vast voor de moslims van Frankrijk. De bekrompen of bange geesten zullen zich nog verder ingraven en een amalgame maken – alle moslims over één kam scheren met de terroristen.’ Ben Ahmed was het met haar eens: ‘Ons land zal nog verder verdeeld raken.’ Hij verdedigde zijn gebruik van de hashtag #JeSuisCharlie door te zeggen dat er, hoe legitiem het vóór de aanslag ook was geweest om kritiek te hebben op de inhoud van Charlie, daar nu geen plaats meer voor was. ‘Als we nu nog een debat gaan voeren over de redactionele koers van het blad, is het alsof we zeggen “Ja, maar…”,’ zou hij later tegen mij zeggen. ‘In deze omstandigheden is dat ondenkbaar.’