VPRO | Hilversum

Een selectie uit de buitenlandberichtgeving op televisie, radio en internet.

Rampgebied

Hoe staat het met de fauna in de veiligheidszone rond Tsjernobyl?

Na het ontploffen van de kernreactor in Tsjernobyl werd rond de rampplek in Oekraïne en Wit-Rusland een ‘uitsluitingszone’ van dertig kilometer ingesteld. Bewoners werden geëvacueerd, de zone werd verboden terrein om besmetting met radioactiviteit te voorkomen. Dertig jaar na dato zijn 150 vroegere bewoners teruggekeerd en is het ook mogelijk om te onderzoeken hoe fauna en flora zich onder de jarenlange straling hebben gehouden. In feite is de zone een beschermd natuurpark waar planten en dieren ongestoord konden gedijen.

Bioloog Rob Nelson en antropoloog Mary-Ann Ochota kregen als eerste wetenschappers toestemming om in het hele gebied te kijken en te filmen. Grote zoogdieren als przewalskipaarden, wolven, beren, lynxen, bisons en elanden doen het ogenschijnlijk prima, al zijn de wolven bovenmatig agressief en slaat de geigerteller bij de poep van wilde zwijnen, met hun dieet van planten, bessen en paddestoelen, op tilt. Spinnen maken slechte webben alsof ze stoned zijn, vogels zijn aangetast, maar blijken ook antistoffen aan te kunnen maken.

De al langer circulerende verhalen over monsterlijke vissen, tweehoofdige kikkers en andere gemuteerde wezens zijn weliswaar onzin, maar er is volop reden voor bezorgdheid. De langetermijngevolgen zijn niet te overzien. Neem de dode bomen in het ergst besmette bos. Ze vergaan niet omdat alle bacteriën er zijn gedood. Bij bosbranden kan radioactieve besmetting zich zo over grote gebieden uitstrekken. (Maarten van Bracht)