Courrier International  | Parijs

Meer dan een eeuw na de openstelling in 1914 werd het ‘nieuwe Panamakanaal’ met een veel grotere capaciteit op 26 juni geopend in aanwezigheid van tientallen staatshoofden en regeringsleiders. Maar blijft de sfeer zo feestelijk?

De kosten voor de aanleg alleen al van het nieuwe kanaal tussen de Atlantische en Stille Oceaan zijn in de zes jaar die de aanleg heeft geduurd met bijna 100 procent overschreden: van 3,1 tot 5,9 miljard dollar. Die rekening moet nog worden vereffend tussen de Grupo Unidos por el Canal (GUPC), waarin onder Spaanse leiding ondernemingen uit Italië, 
België en Panama samenwerken, 
en de exploitant, de Autoridad del Canal de Panamá (ACP).

Maar er zijn meer problemen. The New York Times bericht onder de kop ‘Het nieuwe Panamakanaal: een riskante gok’ dat er constructie- en navigatieproblemen zijn. Het beton van de 
nieuwe sluizen vertoont nu al scheuren, de sluizen zijn te krap (sleepboten die de gigantische containerschepen in 
en uit de sluizen moeten leiden kunnen er niet manoeuvreren), en het waterpeil in het Gatúnmeer, dat zowel 
Panama zelf als het kanaal van water moet voorzien, is de afgelopen jaren onrustbarend gedaald.

Maar het kanaal is met een opbrengst van 2 miljard dollar per jaar aan doorvaartrechten en aan allerhande ‘service-
kosten’ en inkomsten uit het toerisme de hartslagader van Panama. ‘We dreigden onze concurrentiepositie te verspelen, want het honderd jaar oude kanaal kon de gigantische containerschepen niet meer verwerken die de laatste twintig jaar zijn gebouwd,’ zegt de baas van de ACP, Jorge Quijano, in 
La Estrella de Panamá. ‘We denken al aan een vierde stel nieuwe sluizen in de komende tien jaar.’