The New York Times | New York

In Nigeria daalt de olieprijs, en groeit de volkswoede. De belangrijkste economie van Afrika maakt een ongekende inzinking door.

Lagos, Nigeria – Jongemannen raakten verstrikt in een werveling van maaiende vuisten. Benzinepompbedienden verjoegen jongens die hun plastic jerrycans wilden vullen. Een moeder met een slapende baby in een minibusje werd terecht beschuldigd van voordringen en op de vlucht gedreven. Een bestuurder die haast had om vooruit te komen botste tegen verscheidene auto’s, maar het geluid van knarsend metaal kwam nauwelijks boven het lawaai uit.

Nigerianen raakten gewend aan zulke taferelen.

Maar toen kwam de ultieme belediging voor alle wachtenden bij het Oando-pompstation: een busje met het opschrift ‘Ministerie van Justitie’ drong voor in een rij van maar liefst negenennegentig auto’s. ‘Service with Integrity’ (Integere Dienstverlening) stond er op de deur geschilderd. Een benzinepomphoudster die zich ‘Madame No Nonsense’ noemt stapte opzij om de inzittenden vóór alle anderen te laten tanken. De menigte brulde over zo veel onrechtvaardigheid.

President Muhammadu Buhari: ‘Ik kan u niet beloven dat het makkelijk wordt’