Foreign Policy | Washington D.C.

De Amerikanen zouden serieus moeten nadenken over het weghalen van hun luchtmachtbasis uit Turkije, schrijft het blad Foreign Policy. Dat zou een krachtige waarschuwing zijn aan president Erdogan dat ze hun belangen niet onbeperkt laten gijzelen.

Houston, we have a problem. En niet zo’n kleintje. Langzaam maar zeker stevent Turkije af op rampspoed. De wegwijzers spreken boekdelen. We gaan richting despotisme, terrorisme, burgeroorlog. Aan de horizon doemen scenario’s op als ‘mislukte staat’ en ‘gedwongen opdeling’. De dag lijkt niet ver meer dat Amerikaanse beleidsmakers zich met de grootst mogelijke tegenzin moeten buigen over de vraag wat te doen met een NAVO-bondgenoot die volledig van het rechte pad is geraakt.

De deprimerende en kennelijk onomkeerbare verwording van Turkije tot een autocratie voltrekt zich in rap en mogelijk steeds sneller tempo.

Erdogans uit 2013 stammende belofte van een wapenstilstand met de PKK is allang vervlogen. De Turkse president verbrak die toen hem duidelijk werd dat zijn despotische ambities beter waren gediend door nationalistische gevoelens tegen het Koerdische terrorisme aan te wakkeren dan door een netelig vredesproces voort te zetten. Maar de prijs die Turkije op de lange termijn zal moeten betalen voor Erdogans kortetermijnwinst dreigt behoorlijk hoog te worden – niet alleen in termen van verloren levens en verwoeste eigendommen, maar ook vanwege een hele generatie radicaliserende Koerden in het zuidoosten van het land, die er steeds dieper van overtuigd raken dat het Turkse staatsbestel hun geen toekomst biedt.

Erdogan is tot het oordeel gekomen dat de opkomst van de Syrische Koerden een dodelijke bedreiging is die met alle middelen moet worden neergeslagen – ook al betekent dit dat soennitische jihadisten van allerlei soort, waaronder IS, worden ontzien.

Schaamteloos

Daarmee is de neerwaartse spiraal van Turkije nog niet afdoende beschreven. Erdogan drukte onlangs een wet door die de immuniteit van parlementariërs opheft. Dat deed hij enkel en alleen om leden van de pro-Koerdische Democratische Volkspartij, de HDP, te kunnen vervolgen wegens vermeende banden met de PKK. Ook steeds meer journalisten, academici en activisten worden beschuldigd van steun aan het terrorisme, omdat ze het hebben gewaagd vraagtekens te zetten bij het beleid van Turkije ten aanzien van de Koerden en de oorlog in Syrië. Nog orwelliaanser: bijna tweeduizend mensen zijn beschuldigd van het misdrijf dat ze Erdogan hebben beledigd.

Schaamteloos waren Erdogans dreigementen om de stroom vluchtelingen uit Turkije zo te manipuleren dat hij de EU voordelen kon afpersen als ruime financiële bijstand en visumvrij reizen voor Turken. ‘We kunnen de poorten naar Griekenland en Bulgarije op elk gewenst ogenblik openzetten en de vluchtelingen in de bus laten stappen,’ waarschuwde Erdogan de ambtenaren van de EU eind 2015. ‘We kunnen tegen de Europeanen zeggen: Sorry, we zetten de deuren open en zeggen dag tegen de migranten.’

Erger nog: Erdogan ‘gelooft in een radicale islamitische oplossing voor de problemen in de regio’. En: ‘de komst van terroristen naar Europa maakt deel uit van de Turkse politiek’, aldus de Jordaanse koning Abdoellah II in een briefing achter gesloten deuren aan Amerikaanse Congresleden, in januari van dit jaar.