The Washington Post   | Washington D.C.  

Sinds 2008 heeft de Amerikaanse ‘Patriot Movement’ de wind stevig in de zeilen. De leden van de beweging willen zich zo nodig met geweld verzetten tegen de ‘tirannie’ van de Amerikaanse overheid. ‘Sheriff, er gaan doden vallen.’

B.J. Soper richt zijn semi-automatische geweer, een AR-15, en schiet een keer of tien op het getekende silhouet van een menselijke figuur. Zijn vrouw en hun zestienjarige dochter oefenen hoe je een pistool trekt. Daarna leert Soper zijn dochtertje van vier – roze gympen en een paardenstaart – handig om te gaan met een kaliber 22-geweer.

Diep in het hart van een gigantisch trainingscomplex van het Amerikaanse leger in Redmond (Oregon), omringd door lege kogelhulzen en aan flarden geschoten jeneverbomen, houdt de Central Oregon Constitutional Guard zijn wekelijkse schietoefening. ‘De bedoeling is dat we samenwerken en ons verdedigen als het erop aankomt,’ zegt Soper, een veertigjarige aannemer en de zelfverklaarde leider van een groeiende beweging die de federale overheid wantrouwt en steeds vaker betrokken is bij gewapende conflicten met de autoriteiten.

Degenen die tot de beweging behoren, betitelen zichzelf als patriotten. Ze eisen dat de federale overheid zich aan de grondwet houdt en niet langer, zoals zij het zien, systematisch de rechten op grondbezit, wapenbezit, vrijheid van meningsuiting en andere verworvenheden aantast. Medewerkers van gerechtelijke instanties noemen deze mensen gevaarlijk en zeggen dat hun aantal groeit door een golf van woede die is aangezwollen sinds in 2008 de eerste zwarte president van Amerika werd gekozen en er een verlammende recessie begon.

Tweede golf

Twee jaar geleden richtte Soper zijn groep – ongeveer dertig mannen, vrouwen en kinderen van een handvol gezinnen – op als ‘verdedigingseenheid’ tegen ‘alle buiten- én binnenlandse vijanden’. Met dat laatste doelt hij vooral op de federale overheid, die volgens hem ongeoorloofde agressie tegen haar eigen bevolking begaat.

De leden van de groep zijn bouwvakker, vloerenlegger, verpleegkundige, schilder of middelbare scholier. Ze hamsteren levensmiddelen, oefenen zich in vaardigheden om te overleven en in ‘basale infanterietactieken’, leren hoe je in de strijd opgelopen verwondingen verzorgt, bestuderen de grondwet en houden schietoefeningen met hand- en aanvalswapens. ‘In de grondwet staat niet dat je niet voor jezelf mag opkomen of je niet mag verdedigen,’ zegt Soper. ‘We hebben de overheid toegestaan een grens te overschrijden door ons te besturen – en dat is nooit de bedoeling van dit land geweest.’

Rechtsgeleerden en instanties met een waakhondfunctie die de zelfverklaarde ‘patriottische’ groeperingen in de gaten houden, noemen hen antioverheidsgezinde extremisten, leden van een militie, gewapende activisten of zelfs binnenlandse terroristen. Sommige tegenstanders van de overwegend blanke en op het platteland opererende groeperingen noemen hen ‘Y’all-Qaida’ of ‘Vanilla ISIS’.

Mark Potok van het Southern Poverty Law Center, dat extremisme in de VS in kaart brengt, zegt dat er in 2008 ongeveer honderdvijftig van dergelijke groeperingen bestonden, tegen duizend op dit moment. Potok en andere waarnemers beweren dat ze enkele honderdduizenden aanhangers hebben, te oordelen naar degenen die hun steun betuigen via bijvoorbeeld de sociale media. Zo heeft de Facebookpagina van de Oath Keepers, een groep voormalige politie- en legerfunctionarissen, meer dan 525.000 likes.

Het progressieve beleid van president Obama en de zware economische tijden hebben het anti-overheidsgezinde sentiment doen oplaaien, hetzelfde soort woede waar Donald Trump garen bij spint tijdens zijn presidentiële campagne, zegt Mark Pitcavage, die voor de Anti-Defamation League werkt en het extremisme al meer dan twintig jaar op de voet volgt.