Tempo | Jakarta

De Indonesiër Umar Patek zit twintig jaar uit voor zijn aandeel in de terreuraanslagen op Bali in 2002. In een exclusief interview betuigt hij spijt voor zijn daad, en waarschuwt hij voor de invloed van IS.

Umar Patek stapt uit Cel nummer 1 van Blok F en begroet ons met een brede glimlach. We zijn in de gevangenis van Porong op Oost-Java. Umar Patek, ook bekend onder een aantal schuilnamen, herken je onmiddellijk aan zijn rode haar. De Indonesiër zit sinds 2011 een gevangenisstraf uit van twintig jaar voor zijn betrokkenheid bij de aanslagen op Bali [waarbij op 12 oktober 2002 tweehonderdtwee doden vielen]. Hij werd toen al gezocht door de Filipijnse politie vanwege zijn banden met de terreurgroep Abu Sayyaf en de Verenigde Staten hadden een beloning uitgeloofd van één miljoen dollar voor zijn gevangenneming.

Op 25 januari 2011 hield de Pakistaanse veiligheidsdienst hem aan in de stad Abbottabad, niet ver van de verblijfplaats van Osama bin Laden. Vervolgens werd hij op 11 augustus 2011 uitgewezen naar Indonesië. Nu staat hij, in verband met de bevrijding op 1 mei 2016 van tien door Abu Sayyaf gegijzelde Indonesische burgers, weer even in de belangstelling.

Umar Patek in februari 2012 op weg naar de rechtbank in Jakarta. – © Reuters