Der Spiegel | Hamburg

De Bulgaars-Duitse auteur Ilija Trojanow leerde zichzelf tachtig olympische disciplines, en schreef er een boek over.

Zoals zoveel mensen zat hij vier jaar geleden voor de buis en liet vrijwel geen onderdeel van de Olympische Spelen aan zich voorbijgaan. Maar de ene sport vond hij te simpel, de ander te moeilijk. Hij kankerde, verbaasde zich, zat uitgezakt in zijn luie stoel; een sportman in zijn verbeelding, een slimme toeschouwer, vanbinnen een winnaar.

Op een gegeven moment besloot hij toen maar een echte winnaar te worden. De vijftigjarige schrijver Ilija Trojanow, in Bulgarije geboren, als kind met zijn familie via Joegoslavië en Italië naar Duitsland gevlucht en vervolgens in Kenia opgegroeid, trok in de zomer van 2012 zijn oude hardloopshirt aan – het zat wat strak, maar wat kon het schelen – en besloot olympisch kampioen te worden. Maar dan wel een echte, een maximale olympisch kampioen, eentje die alle sporten beheerst – of zo niet beheerst, dan toch op zijn minst op wedstrijdniveau beoefent. Alleen de teamsporten sloeg hij uit praktische overwegingen over. Zijn doel: in elke sport minstens half zo goed worden als de huidige olympisch kampioen.

Dat plan was exceptioneel, overdonderend, vrijwel onmogelijk. Niet alleen wilde hij de 23 sporten en 80 disciplines vóór de Olympische Spelen van dit jaar onder de knie hebben, maar ook wilde hij er een boek over hebben geschreven: Meine Olympiade. Het is hem gelukt.

Het is een boek over falen en zelfoverwinning. Een boek waarmee je als amateursporter heel concreet je voordeel kunt doen, omdat Trojanow de techniek van sommige sporten, zoals schoonspringen en kogelstoten maar ook de borstcrawl, nauwkeurig beschrijft, met grote verbazing over de geleerde details. Het is ook een ietwat pocherige wereldroman. Vanzelfsprekend leert hij judoën in Japan, gewichtheffen in Bulgarije, worstelen in Iran en boksen in Brooklyn. Voor zijn looptraining vliegt hij naar Kenia, en de borstcrawl leert hij op Sri Lanka en in Mumbai.

Sixpack

Trojanow neemt ons mee naar een parallelle wereld. En die begint al bij zijn research in een boekwinkel. Enigszins beschaamd wil de schrijver een fitnessboek kopen. Hij neemt uiteindelijk Sixpack in 66 dagen en niet Sixpack in 6 weken, De sixpackstrategie of Sixpack in 90 dagen. De verkoopster vertelt hem dat ze ‘zonder die sixpackboeken’ de zaak allang had moeten sluiten.

Bovendien past hij zijn voeding aan. Als ontbijt zuurkool, linzen, ei en hüttenkäse, Indiaas gekruid. Hij begint met zijn training en leest ook een heel ander boek: ‘Al na enkele weken realiseerde ik me dat mijn lichaam een boek was waarin ik tot nog toe nauwelijks had gelezen. Een verbazingwekkend, zichzelf aanvullend boek, dat steeds weer met nieuwe hoofdstukken kwam.’

En de lezer is er live bij, van het aarzelende begin en de vraag hoe die verdomde crawl nou echt in zijn werk gaat tot de momenten die Trojanow als ‘flow’ bestempelt. Wanneer het bijna vanzelf gaat en lichaam en geest zelfstandig aan een gemeenschappelijk project werken. Aan een nieuwe sport.