The Guardian | Londen

Donald Heathfield en Tracey Foley leken een doodgewoon Amerikaans stel. Tot de dag dat ze door de FBI werden ontmaskerd als Russische spionnen. Hun zoons Tim en Alex vertellen het verhaal.

Onschuldig

Bijna zes jaar na de arrestatie spreek 
ik met Alex af in een café bij het Kievstation in Moskou. Zijn officiële naam is nu Alexander Vavilov en die van zijn broer Timofej Vavilov, al gebruiken veel van hun oude vrienden nog steeds hun oude achternaam Foley. Alex is 21. Hij kent inmiddels genoeg Russisch om iets te kunnen bestellen, maar vloeiend spreekt hij het nog niet. Hij studeert ergens in Europa en is hier om zijn ouders te bezoeken. Tim werkt in de financiële sector in Azië. Contact met de media hebben ze na 2010 bewust afgehouden. Dat ze nu wel met me willen praten, komt doordat ze in een juridische strijd zijn verwikkeld om de Canadese nationaliteit terug te krijgen die hun zes jaar geleden is ontnomen. Ze vinden het oneerlijk en onwettig dat zij nu moeten boeten voor de zonden van hun ouders.

Terwijl we een chatsjapoeri eten, een Georgisch broodje met gesmolten kaas, vertelt Alex over de dagen na de FBI-inval. Op de door de FBI geregelde hotelkamer bleven hij en Tim tot diep in 
de nacht piekeren over wat er was gebeurd. Toen ze de volgende dag thuiskwamen, bleken alle elektronische apparatuur, foto’s en documenten te zijn meegenomen. Zelfs hun PlayStation was verdwenen. Het huis werd belegerd door journalisten en de broers zaten binnen met de gordijnen dicht en zonder telefoon of computer, want dat was allemaal in beslag genomen. De volgende dag sloop Tim ’s ochtends het huis uit om in de openbare bibliotheek online naar een advocaat voor zijn ouders te zoeken. Alle banktegoeden waren bevroren, de jongens hadden alleen het geld dat ze op zak hadden en wat geld dat ze van vrienden konden lenen.

FBI-agenten reden hen naar de zitting in Boston waar hun ouders werden voorgeleid. Ze konden in de gevangenis even met hun moeder spreken. 
Alex zegt dat hij zijn ouders niet vroeg waarvan ze beschuldigd werden. Dat verrast me: ze moeten toch razend benieuwd zijn geweest?

‘Ik wist dat het voor mijn verklaring 
in de rechtbank het beste was als ik zo weinig mogelijk wist. Ik wilde geen vragen stellen, omdat het duidelijk 
was dat er mensen meeluisterden. Ze konden levenslang krijgen. Voor mijn verklaring moest ik er compleet van overtuigd kunnen zijn dat ze onschuldig waren.’

Het gezin had voor die zomer een lange vakantie in Parijs, Moskou en Turkije gepland. Hun moeder ried de jongens aan om meteen naar Rusland te vliegen om het mediacircus te ontvluchten. Dus stapten Alex en Tim op het vliegtuig naar Rusland, zonder te weten wat ze daar konden verwachten. Ze waren nog nooit in Rusland geweest. ‘Het was echt doodeng,’ vertelt Alex. ‘Je zit in 
dat vliegtuig en hebt geen idee wat je te wachten staat. En terwijl je daar zit, blijven je gedachten maar doormalen.’

Op het vliegveld werden ze opgewacht door een groepje mensen die zich in het Engels voorstelden als collega’s van hun ouders. Vertrouw ons, zeiden ze, en ze namen de jongens mee naar een klaarstaand busje. ‘Ze lieten foto’s zien van onze ouders als twintigers, in uniform en met medailles. Dat was het moment dat ik dacht: oké, dit is echt,’ zegt Alex. Tim en hij werden ondergebracht in een appartement waar het ze aan niets ontbrak. De dagen daarna lieten hun oppassers ze de stad zien: ze werden meegenomen naar musea en zelfs naar het ballet. Ze kregen bezoek van een oom en een neef van wie ze nog nooit hadden gehoord. Er kwam ook een grootmoeder langs, maar die sprak geen Engels en zij spraken geen woord Russisch.

Het zou nog een paar dagen duren voordat hun ouders overkwamen. Op 8 juli bekenden die aan de rechter in New York dat ze Russisch staatsburger waren. Het akkoord over de spionnenruil was al gesloten en op 9 juli reisden ze via Wenen naar Moskou, nog steeds gekleed in hun oranje gevangenisoverall uit Amerika.

Doodgewoon

Op 27 juni 2010 werd Tim Foley twintig. Om dat te vieren namen zijn ouders hem en zijn jongere broer Alex ’s middags mee uit eten in een Indiaas restaurant, niet ver van hun huis in Cambridge, Massachusetts. Beide broers zijn in Canada geboren maar woonden al tien jaar in de VS. Hun vader Donald Heathfield had na zijn studie in Parijs en aan Harvard nu een hoge functie bij een adviesbureau in Boston. Hun moeder Tracey Foley had jarenlang vooral voor de kinderen gezorgd en was daarna makelaar geworden. Wie hen kende, zag een doodgewoon Amerikaans gezin, maar dan met Canadese roots en een voorkeur voor buitenlandse reizen. Hoewel Alex nog maar zestien was, kwam hij net terug van een half jaar in Singapore in het kader van een uitwisselingsprogramma.

Na de maaltijd ontkurkten ze thuis een fles champagne om te vieren dat Tim nu een twintiger was. De broers waren moe: de vorige avond hadden ze thuis een feestje gehad ter ere van de terugkeer van Alex uit Singapore, en Tim wilde die avond gaan stappen. Na de champagne ging hij naar boven om zijn vrienden te mailen over wat ze 
die avond zouden doen. Toen er werd aangebeld, riep zijn moeder dat zijn vrienden blijkbaar vroeger waren gekomen, als verrassing.

Er wachtte haar een heel andere verrassing: een team in het zwart geklede, gewapende mannen met een stormram. Ze brulden ‘FBI!’ en stormden het huis binnen, roepend dat iedereen de handen omhoog moest doen. Tim dacht eerst dat ze hem moesten hebben, omdat hij drank aan minderjarigen had geschonken: op het feestje van de vorige avond was niemand boven de 21 geweest, en de alcoholwet wordt door de politie van Boston streng gehandhaafd. Maar de FBI kwam voor iets veel ernstigers. Verbijsterd zagen de broers toe hoe hun ouders geboeid in aparte auto’s werden afgevoerd. Tim en Alex bleven achter met een aantal agenten, die zeiden dat ze die nacht het hele huis gingen doorzoeken. Voor de broers was een hotelkamer geregeld. Een van de agenten vertelde dat hun ouders waren opgepakt op de verdenking dat ze ‘illegale agenten in dienst van een vreemde overheid’ waren.

Alex dacht dat het een vergissing moest zijn: een verkeerd adres of een misverstand als gevolg van zijn vaders werk. Donald moest voor zijn baan 
veel reizen, misschien werd hij daarom voor spion aangezien. Zelfs toen de broers een paar dagen later op de radio hoorden dat er in het hele land in totaal tien Russische spionnen waren opgepakt, in een FBI-operatie genaamd ‘Ghost Stories’, bleven ze ervan overtuigd dat het een vreselijke vergissing moest zijn.

Maar de FBI vergiste zich niet. Niet alleen waren hun ouders inderdaad Russische spionnen, het waren Russen. De mensen die Tim en Alex kenden als papa en mama waren wel hun ouders, maar ze heetten niet Donald Heathfield en Tracey Foley. Dat waren de namen van lang geleden gestorven Canadese kinderen, van wie de identiteit was gestolen. Hun echte namen waren Andrej Bezroekov en Elena Vavilova. Ze waren allebei geboren in de Sovjet-Unie, opgeleid door de KGB en naar het buitenland gestuurd in het kader van een infiltratieprogramma voor spionnen die de Russen zelf ‘illegalen’ noemen. Nadat ze heel geleidelijk een alledaagse Noord-Amerikaanse identiteit hadden opgebouwd, waren ze actief geworden als agenten voor de SVR, het spionagebureau van het huidige Rusland (en daarmee de opvolger van de KGB). Samen met acht andere collega’s waren ze nu verraden door een Russische overloper.

De aanklacht waarin de FBI hun misdaden opsomde, bevat een waslijst aan spionageclichés: dode brievenbussen [een methode van heimelijke gegevensuitwisseling waarbij iemand informatie verstopt in een verborgen ruimte, die later door iemand anders wordt opgehaald], geheime ontmoetingen, gecodeerde berichten en plastic tassen vol dollarbiljetten. Als je de tv-beelden zag van de tien betrapte spionnen die in Wenen landden om te worden uitgewisseld voor vier in Rusland voor spionage veroordeelde Russen, waande je je weer in de Koude Oorlog. Maar de geopolitieke aspecten van die spionnenruil lieten Alex en Tim koud. Zij waren opgegroeid als doodnormale Canadezen en ontdekten nu ineens dat ze kinderen van Russische spionnen waren. Hun wachtte niet alleen een lange vliegreis naar Moskou, maar vooral ook de lange en moeizame emotionele verwerking van deze schok.