Wired | San Francisco

Goodbye Mr. Bond. Inlichtingendiensten als het Britse MI6 en de Amerikaanse CIA moeten zichzelf compleet heruitvinden om te overleven in de wereld van de big data.

Je kunt je voorstellen dat de chef van MI6 – kortweg ‘C’ genoemd – even huiverde toen hij de Bondfilm Spectre zag. Niet bij de scène waarin het hoofdkantoor van MI6 wordt opgeblazen, maar bij de verontrustende verhaallijn waarin zijn inlichtingendienst moet opgaan in een nieuwe overkoepelende dienst die helemaal om data-analyse draait. Waarom dat een huivering veroorzaakt? Omdat het gevaarlijk dicht bij de werkelijkheid komt. De spion mag dan een van de oudste beroepen ter wereld hebben en MI6 kan dan bogen op nog zo’n roemrijk verleden, momenteel moet de dienst vechten voor zijn voortbestaan. En de reden daarvoor is data.

De huidige ‘C’, Alex Younger (52), spreekt van een technologische ‘wapenwedloop’. Een inlichtingendienst die goed is in data-analyse is beter opgewassen tegen zijn tegenstanders. Wie daar niet in mee kan, belandt automatisch op een zijspoor. Om dat te voorkomen zoekt MI6 nu antwoord op twee vragen: wat is er nog geheim in het digitale tijdperk? En hoe kun je die geheimen beschermen?

Cyberspionage

Spionage draait om het stelen van geheimen. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door het onderscheppen en decoderen van elektronische communicatie, zogenaamde SIGINT (signals intelligence): het werk van diensten als het Britse GCHQ (Government Communications Headquarters) en de Amerikaanse NSA. Je hebt ook HUMINT (human intelligence), waarbij je informatie probeert los te krijgen van mensen die daarover beschikken. Die mensen worden ‘agenten’ genoemd (de medewerkers van MI6 zelf zijn geen ‘agent’ maar ‘inlichtingenofficier’).

Tijdens de Koude Oorlog speelde apparatuur bij deze vorm van spionage nauwelijks een rol. Als inlichtingenofficier was je vooral bezig om KGB-agenten af te schudden op weg naar afspraken met informanten in schimmige steegjes in Wenen of Berlijn. Maar de opkomst van computernetwerken heeft 25 jaar geleden grote veranderingen ingeluid. Bij de KGB, en vervolgens ook bij GCHQ en de NSA, groeide het besef dat er waardevolle overheidsinformatie op computers stond die met het internet waren verbonden. Tot ontsteltenis van MI6 kon GCHQ ineens aan documenten komen die je vroeger alleen kon bemachtigen door een buitenlandse agent stiekem foto’s te laten maken van materiaal dat in een kluis lag opgeslagen.

Cyberspionage veroorzaakte een revolutie in het vak. Je kon op afstand enorme hoeveelheden informatie in handen krijgen zonder gevaar voor mensenlevens. Maar wat is dan de taak van de ouderwetse spion? Op die vraag moet veteraan Younger een antwoord vinden. De strategie? Kort gezegd: data analyseren, onder de radar blijven en overal actief kunnen zijn.