Esquire   | New York  

Adam Diment werd eind jaren zestig wereldberoemd met zijn spionageroman The Dolly, Dolly Spy. Zijn rebelse, flamboyante hoofdpersoon Philip McAlpine was een fictieve versie van hemzelf. Waarom verdween hij op het hoogtepunt van zijn succes?

Voordat ik aan dit verhaal begon, kende ik Adam Diment alleen van Wikipedia, als het razend succesvolle literaire wonderkind dat in de jaren zestig met zijn populaire spionageromans in één klap het grootste fenomeen in de Britse boekenwereld werd. In 1967, op zijn drieëntwintigste, sleepte hij op basis van één nog niet gepubliceerd manuscript een contract voor zes boeken in de wacht, met het grootse voorschot dat ooit aan een beginnend schrijver was betaald. Hij werd meer gepromoot als een popster dan als romanschrijver, en de Londense pers noemde hem dan ook ‘de belangrijkste gebeurtenis in de entertainmentindustrie sinds de Beatles’. Overal dook zijn gezicht op, altijd omringd door meisjes, of het nu in de zondagsbijlagen was of op de zijkant van een dubbeldekker.

Bij de verschijning in 1967 van The Dolly, Dolly Spy noemde de Financial Times het debuut van Diment een ‘King’s Road-minithriller, dressed to kill’. Het boek werd in dertien talen vertaald en er werden binnen een jaar een miljoen exemplaren van verkocht. Al snel volgde The Great Spy Race (‘Volkomen ongerijmd, maar betreurenswaardig verslavend’, The Observer) en The Bang Bang Birds (‘De beste prestatie van deze schrijver tot nu toe. James Bond, pak maar in!’, The Times Literary Supplement).

Voortdurend werd de vergelijking met Bond gemaakt en dat was, twee jaar na de dood van Ian Fleming, ook onvermijdelijk. Maar er zijn weinig overeenkomsten tussen de shaken-not-stirred Bond en Diments antiheld. Philip McAlpine is een sarcastische, marihuana rokende en in Carnaby Street-stijl geklede charmeur, die tegen wil en dank voor een vage onderafdeling van MI6 werkt, onder druk van de kleine, uitgesproken machiavellistische Rupert Quine, een werkgever met normen die even buitensporig zijn als zijn psychedelische garderobe.

‘Ik vond hem enorm cool,’ zegt misdaadschrijver Peter James, een van de vele McAlpine-fans. ‘James Bond was een fantasiefiguur, ver weg, in een andere wereld, bijna op een andere planeet. Maar Philip McAlpine had bij mij op school kunnen zitten, hij was de knappe veroveraar die iedereen stiekem graag wilde zijn.’

McAlpine was lang en blond en bezat de luchthartigheid van zijn tijd. Daarmee was hij – zoals de schrijver vrolijk toegaf – bijna een fictieve versie van Diment zelf. En in een tijd dat een schrijver meestal veilig binnen de foto op zijn boekomslag bleef, werd Diments succes even sterk bepaald door wat hij schreef als door zijn flamboyante imago en zijn uitspraken over seks en drugs, die altijd weer mooie koppen in de kranten opleverden.

De schrijver met zijn agent Desmond Elliott (l.) en model/actrice Suzie Mandrake. © Loomis Dean / Getty