Télérama | Parijs

In 2009 werden de schilderijen Adolescence (1941) 
van Salvador Dalí en La Musicienne (1929) van Tamara de Lempicka gestolen uit het Scheringa Museum. 
De Nederlandse kunstdetective Arthur Brand vond 
ze terug. Aan het Franse Télérama vertelt hij hoe.

Hoe is het u gelukt om deze twee schilderijen terug te vinden?

‘Laat ik eerst iets over de schilderijen vertellen. Dat van Dalí, een van zijn beste werken uit de jaren veertig, was in 1984 al eens gestolen in de Verenigde Staten. Het was dus niet voor het eerst dat er naar het doek gezocht werd. Het is absoluut een meesterwerk, maar we denken dat het schilderij van Lempicka nog belangrijker is. De waarde daarvan wordt op 5 miljoen euro geschat. Het is een erg mooi schilderij; toen het museum het op een veiling aankocht, was ook Madonna erg geïnteresseerd en dat dreef de waarde op. Madonna is trouwens de grootste Lempicka-verzamelaar ter wereld. Ze heeft zelfs een kopie van een van haar Lempicka-werken laten maken met haar eigen afbeelding erin. In de clip van haar nummer Vogue is La Musicienne te zien. Het werk was 56 jaar nadat het werd geschilderd dus nog onveranderd actueel en inspireerde de modewereld en de popmuziek…

Mijn onderzoek heeft jaren geduurd, maar in de laatste acht maanden kwam de zaak in een stroomversnelling. Ik begon met eens rond te vragen bij criminele organisaties in Nederland, maar niemand wist er iets van. Ik was bang dat de schilderijen al vernietigd waren, wat heel veel voorkomt in dergelijke situaties. Een gestolen kunstwerk dat in het criminele circuit rondgaat, is lastig om van de hand te doen. Als het niet lukt, wordt het vaak maar verbrand.

Nadat ik vorig jaar met meerdere bendes contact had gelegd, kwam ik iets op het spoor. Je weet wel hoe dat gaat: je spreekt iemand die iemand kent die misschien ook weer iemand kent… Ik begon berichten uit te wisselen met een bende die een schilderij als onderpand had gekregen, voor een betaling die vervolgens nooit kwam. Toen kwamen die criminelen erachter dat het schilderij gestolen was, en dat dat hun heel veel last zou kunnen bezorgen. Van dat laatste probeerde ik de man met wie ik in gesprek was te overtuigen. Maar toen stopte het contact opeens, terwijl we al druk aan het onderhandelen waren.’