The New York Times | New York

Amerika is in de ban van Vladimir Poetin, die zou proberen de presidentsverkiezingen te beïnvloeden. De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev waarschuwt dat het Westen zijn rol niet te groot moet maken.

Gaat de Russische president 
Vladimir Poetin straks de nieuwe president van de VS kiezen? Lijkt me niet. Maar als je de stortvloed aan opiniestukken over de vermeende Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen leest, zou je het bijna gaan denken.

Het doet mij een beetje denken aan 
het absurdistische verhaal ‘Operatie Burning Bush’ van de Russische satiricus Viktor Pelevin. Daarin wordt een eenvoudige docent Engels vanwege zijn krachtige stem door de Russische inlichtingendienst gerekruteerd voor een speciale missie: hij moet president George W. Bush toespreken via een speciaal bij hem geïmplanteerde kies. Op last van het Kremlin doet hij zich voor als God en geeft Bush opdracht Irak binnen te vallen. Later in het 
verhaal blijken de Amerikanen in de jaren tachtig een soortgelijke operatie te hebben uitgevoerd: toen was 
Gorbatsjov door de CIA wijsgemaakt dat de geest van Lenin hem opdracht gaf om de perestrojka in gang te zetten, wat tot de val van de Sovjet-Unie zou leiden.

Dit is natuurlijk nooit gebeurd, hoeveel idiote plannen de CIA in de Koude Oorlog ook heeft proberen uit te voeren. Maar met de combinatie van deze twee complotten illustreert 
Pelevin in zijn verhaal de paranoia die Moskou in zijn greep heeft: alles wat in Rusland verkeerd gaat, is het gevolg van een geheime Amerikaanse operatie. En hoewel het verhaal ruim voor 
de huidige verkiezingscampagne is geschreven, lijkt het inmiddels net 
zo actueel voor de Verenigde Staten.

Commentatoren zien overal de hand van Poetin in: van de Brexit en de golf van euroscepsis in West-Europa tot de opkomst van Trump in Amerika