Cityscapes | Kaapstad

Net als het Nigeriaanse Lagos probeert de Congolese hoofdstad Kinshasa het stedelijke ontwikkelingsmodel van Azië te kopiëren. Critici vragen zich af of dat wel zo’n goed idee is.

Vorig jaar was het zover. Sinds 2015 ligt de grootste Franssprekende stad van de wereld in Afrika. De stedelijke agglomeratie Kinshasa is Parijs voorbijgestreefd. De hoofdstad van de Democratische Republiek Congo (DRC) heeft 11,5 miljoen inwoners binnen zijn grenzen, terwijl de lichtstad er 10,8 miljoen telt. Kinshasa is bovendien veel dichter bevolkt: de inwoners van de stad zitten opeengepakt op 583 vierkante kilometer, terwijl stadsregio Parijs meer dan vier keer zoveel land beslaat.

Dus het is wel te begrijpen dat politici in de stad nu groot denken. De regering van DRC laat voor 15 miljoen dollar een nieuw masterplan maken voor het vroegere koloniale Léopoldville. Het bedrijf dat dit brave new Kinshasa mag gaan tekenen: Surbana, een ontwikkelingsbureau dat banden heeft met de overheid van Singapore.

Ongemakkelijke vragen

Afrika is geen onbekend terrein voor Surbana. Op het hele continent hebben steden de afgelopen tien jaar een beroep op dit bureau gedaan. Met de al gerealiseerde of nog te bouwen ontwikkelingsprojecten die het voor negen Afrikaanse hoofdsteden heeft ontworpen – waaronder wolkenkrabbers voor Kigali, grote appartementengebouwen voor Luanda en winkelcentra voor Bujumbura – zal Surbana de komende decennia hoogstwaarschijnlijk een bepalende rol spelen in de Afrikaanse stedelijke ontwikkeling.

En dat levert een scala aan ongemakkelijke vragen op voor stedenbouwkundigen over het hele continent. Is een masterplan zelfs maar relevant, zolang zo veel mensen in Afrikaanse steden geen toegang hebben tot de meest basale infrastructuur, zoals drinkwater (zelfs een rivierstad als Kinshasa kan zijn inwoners niet voldoende schoon water leveren), fatsoenlijke wegen (volgens onderzoek is slechts 10 procent van alle straten in Kinshasa verhard) of elektriciteit (inwoners van Kinshasa krijgen slechts de helft van de hoeveelheid stroom die ze minimaal nodig hebben)? Moet Afrika dan wel ambitieuze modellen uit andere delen van de wereld importeren? Of kunnen Afrikaanse steden zich beter richten op hun infrastructuur en zo, terwijl ze zich wijk voor wijk verbeteren, hun eigen vorm van urbanisatie vinden?

De topmensen van Surbana zeggen dat zij hun expertise uit Singapore aanwenden bij hun ontwikkelingsplannen voor Afrika. En dat is ook precies wat sommige Afrikaanse politici, zoals Babatunde Fashola, de voormalige gouverneur van Lagos, willen. Singapore heeft in minder dan één generatie de enorme sprong gemaakt van een uit zijn krachten gegroeid dorp naar een volledig verbonden, hyperurbane metropool. Veel steden in Afrika zouden heel graag dat kunstje willen afkijken.