360 Magazine | Amsterdam

Na vier jaar onderhandelen in Havana hebben de Colombiaanse regering en de rebellen van de FARC een vredesakkoord getekend. De Colombiaanse president roept zijn landgenoten op het verdrag goed te keuren in een referendum dat gepland staat voor 2 oktober.

NEE

Wat anderen ook mogen zeggen, het vredesakkoord lijkt verdacht veel op een capitulatie voor de eisen van de FARC. En ik ben bang dat die onomkeerbaar zal zijn. De FARC heeft de status gekregen van gelijkwaardige conflictpartij en heeft zijn terroristische acties daardoor kunnen rechtvaardigen als oorlogsdaden. Hun commandanten stellen duizenden ontvoeringen voor als gijzelnemingen, en stelselmatige afpersing als het innen van oorlogsheffingen. De rekrutering van minderjarigen is in de ogen van de FARC geen misdaad tegen de menselijkheid, maar een vrijwillige en spontane keuze van jonge boeren om zich 
bij een gewapende strijd in dienst van de onderdrukten aan te sluiten. In Havana kreeg drugssmokkel de status van politiek delict, in plaats van de duistere associatie met internationale drugskartels die het in werkelijkheid is.

Beide partijen dragen schuld aan het gebeurde, maar een van de twee blijft straffeloos. Terwijl FARC-leden, in plaats van de gevangenis in te draaien, hooguit een theoretische en lankmoedige vrijheidsbeperking krijgen opgelegd, zitten vijftienduizend militairen vast in afwachting van hun rechtszaak of zitten al onrechtvaardige gevangenisstraffen uit. Het is een heel ander lot dan dat van ‘Timoshenko’ [Rodrigo Londoño, de leider van de FARC] en andere FARC-commandanten, die met een mojito in de hand een lekker leventje leiden met de Cubaanse regeringschefs.

Mijn nee-stem moet gezien worden als een protest tegen de hoge prijs die de regering-Santos bereid is te betalen voor een op zijn best partiële vrede