Granta | Londen

Dat politici liegen, dat waren we wel gewend. Maar de schaamteloze manier waarop Trump en Poetin het doen is nieuw, schrijft de Russische intellectueel Peter Pomerantsev.

Terwijl zijn leger schaamteloos de Krim annexeerde, verscheen Vladimir Poetin op de televisie en vertelde de wereld doodleuk dat er geen Russische soldaten in Oekraïne waren. Dat was natuurlijk een leugen, maar hij zei er vooral mee dat de waarheid niet belangrijk is. Wanneer Donald Trump zomaar beweert dat hij duizenden moslims in New Jersey heeft zien juichen toen de Twin Towers omlaag kwamen, of dat de Mexicaanse regering met opzet ‘slechte’ immigranten naar de VS stuurt, en bedrijven die zich met het controleren van feiten bezighouden 78 procent van zijn uitspraken als onwaar aanmerken, maar hij toch kandidaat voor het presidentschap van Amerika wordt, dan lijkt het erop dat feiten er niet meer veel toe doen in the land of the free.

Het is duidelijk dat we in een ‘post-feiten’ of ‘post-waarheid’-maatschappij zonder waarheid leven. Een maatschappij waarin politici en media niet alleen liegen – dat hebben ze altijd gedaan – maar waarin het ze ook niet uitmaakt of ze de waarheid vertellen of niet.

Technologie

Hoe heeft het zover kunnen komen? Komt het door de technologie? Door economische globalisering? Is het de culminatie van de geschiedenis van het denken? Er schuilt een puberaal genot in om de last van feiten van je af te schudden – die zware symbolen van opleiding en gezag, die ons herinneren aan onze plaats en onze beperkingen – maar waarom doet deze rebellie zich juist nu voor?

Velen geven de schuld aan de technologie. Het informatietijdperk heeft niet gezorgd voor een nieuwe tijd waarin de waarheid wordt gesproken, maar maakt juist mogelijk dat leugens zich razendsnel verspreiden in wat techneuten ‘digitale bosbranden’ noemen. Tegen de tijd dat een factchecker een leugen heeft ontdekt, zijn er alweer duizenden nieuwe gecreëerd, en door de enorme omvang van de ‘cascades van desinformatie’ is de onwaarheid niet meer te stuiten. Het enige wat telt is dat de leugen clickable is en dat wordt bepaald door de mate waarin die leugen inspeelt op bestaande vooroordelen van mensen. Algoritmen die zijn ontwikkeld door bedrijven als Google en Facebook zijn gebaseerd op eerdere zoekopdrachten en clicks, dus met elke nieuwe zoekopdracht en elke volgende klik ziet men de eigen vooroordelen bevestigd. Sociale media, die nu voor de meeste Amerikanen de belangrijkste bron van nieuws vormen, lokken ons in echokamers van gelijkgestemden en geven ons alleen wat we aangenaam vinden – of dat nu waar is of niet.

Misschien heeft de technologie ook subtielere invloeden op onze verhouding met de waarheid. De nieuwe media met hun talloze schermen en streams maken de realiteit zo gefragmenteerd dat deze niet meer te bevatten is, en zo stuwen ze ons, of laten ze ons ontsnappen, naar virtuele realiteiten en fantasieën. Door deze fragmentatie, in combinatie met de desoriëntatie van de globalisering, gaan mensen verlangen naar een veiliger verleden, en zo ontstaat nostalgie. ‘De eenentwintigste eeuw wordt niet gekenmerkt door de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden,’ schreef de overleden Russisch-Amerikaanse filoloog Svetlana Boym, ‘maar door de toename aan nostalgie (…) nostalgische nationalisten en nostalgische kosmopolieten, nostalgische natuurbeschermers en nostalgische metrofielen [liefhebbers van steden] wisselen pixelvuur uit in de blogosfeer.’

Zo verkopen de legers internettrollen van Poetin dromen over de herrijzenis van het Russische Rijk en de Sovjet-Unie; Trump twittert over ‘Make America Great Again’; Brexiteers hunkeren op Facebook naar een verloren Engeland; de virale gruwelvideo’s van IS verheerlijken een mythisch kalifaat. Zoals Boym betoogde: restauratieve nostalgie streeft er ‘met paranoïde vastberadenheid’ naar om het verloren vaderland opnieuw op te bouwen, ziet zichzelf als ‘waarheid en traditie’, heeft een obsessie voor indrukwekkende symbolen en ‘vervangt kritisch denken door emotionele binding’. ‘In extreme gevallen kan deze nostalgie een schijnvaderland creëren, waarvoor mensen bereid zijn te sterven of te doden. Ondoordachte nostalgie kan monsters baren.’