Vecernji List | Zagreb

De Bosnische hoofdstad Sarajevo en omgeving zijn erg in trek bij toeristen uit de Golfstaten, die ook veel onroerend goed opkopen. Daar is niet iedereen blij mee.

‘Naar Ilidza, alstublieft.’

‘U bedoelt Koeweit City?’ grapt Mustafa, een taxichauffeur uit Sarajevo. ‘Het is niet goed wat er gebeurt. Niemand houdt die lui tegen. De politici laten ze hun gang maar gaan. Begrijp me goed, ik ben moslim en ik heb niks tegen de Arabieren die hier komen, maar je moet de boel wel in de hand houden,’ voegt hij eraan toe, zonder zijn woede te verbergen over de laksheid van de Bosnische autoriteiten, die Arabieren uit de Perzische Golf grootscheeps laten investeren in onroerend goed in Bosnië en Herzegovina.

‘Ik ben accordeonist. Op een avond speelde ik met vrienden in een café in Sarajevo, we vierden feest. Toen kwam er een man met een baard op ons af, waarschijnlijk uit Saoedi-Arabië, die me in het Engels zei dat het zondig was om accordeon te spelen en te zingen. Het café zat bomvol, maar niemand die wat tegen hem zei. Ik laat me toch zeker niet door hem vertellen wat goed is en wat niet?’ klaagt Mustafa.

Als we het kuuroord Ilidza naderen, aan de rand van Sarajevo, is het inderdaad alsof we in Koeweit City arriveren. Bijna alle reclameaffiches en uithangborden zijn in het Arabisch. Mustafa zet me af voor Hotel Hollywood, waar de Arabieren verblijven. Voor het hotel staat een luxeauto geparkeerd, gebruikt door de sjeiks. Het huren van zo’n auto kost volgens de klant tussen de negen- en dertienhonderd euro per dag. Als ik door de straten van Ilidza loop, herinner ik me de woorden van Mustafa. Het wemelt er van de Arabieren in traditionele dracht, voor het merendeel afkomstig uit de Golfstaten. Restaurants, schoonheidssalons, winkels en cafés, allemaal hebben ze Arabische uithangborden. Nooit in het Engels, noch in het Bosnisch.

Toeristen uit het Midden-Oosten vermaken zich bij het Prokosko-meer in Bosnië en Herzegovina. © Dado Ruvic / Reuters