El País | Madrid

Voor de Colombiaanse schrijver Héctor Abad is de waarheid over de guerillamoorden belangrijker dan de straffen die daar normaliter voor gelden. Ook al hebben de paramilitairen zijn vader vermoord en werd zijn neef twee keer gegijzeld. Hij stemt dus voor het vredesakkoord. Zijn neef stemt tegen.

Mijn kennis van de recente geschiedenis van mijn land is niet theoretisch, die heb ik uit de eerste hand via familiegeschiedenissen opgedaan. Als je uit een grote familie komt heb je haast geen fictie nodig, alles heeft zich wel een keer voorgedaan. Aan de hand van familiegeschiedenissen heb ik me een beeld kunnen vormen van wat er gebeurd is en nog steeds gebeurt in Colombia, zodat mijn gevolgtrekkingen niet alleen politiek-ideologisch bepaald zijn, maar ook worden gevoed door verbeelding en levenservaring. Ik probeer me in te denken hoe we beter samen kunnen leven, zonder elkaar op zo grote schaal af te maken, met minder menselijk leed en meer gemoedsrust.

Vredesakkoord

Om uit te leggen waarom ik zo blij ben met het vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering van Santos en het commando van de FARC zal ik proberen om samen met u, lezers, mijn gedachten te laten gaan over, wederom, een familiegeschiedenis.

Ik heb nooit sympathie gehad voor de FARC. Een van mijn zwagers, Federico Uribe (geen familie van de Colombiaanse ex-president), werd twee keer door de guerrilla gegijzeld. De eerste keer door Frente 36, een guerrillagroep binnen de FARC, achtentwintig jaar geleden, toen hij vijfendertig was. Elf jaar later werd hij opnieuw, door een andere groep, gegijzeld, en die lui die hem toen in de bergen moesten bewaken waren zo jong dat ze hem, een man van zesenveertig, ‘opa’ noemden.

Federico was en is niet rijk. Misschien had hij de verkeerde achternaam. Hij was ook niet arm, en het zou me niet verbazen als de allerarmsten in Colombia hem als een rijkaard zagen.