Kompas | Jakarta

De Indonesische documentairemaker Noor Huda Ismail weet als ex-radicaal hoe aantrekkelijk de propaganda van IS kan zijn. Met zijn film Jihad Selfie wil hij pubers de ogen openen.

De radicale en terroristische propaganda maakt tegenwoordig met veel succes gebruik van de drijfveren van de popcultuur, een succes dat de zegetocht van de ‘K-pop’, de Koreaanse popcultuur die erg in trek is bij Indonesische jongeren, wel eens zou kunnen evenaren. Dat toont Jihad Selfie, een documentaire van Noor Huda Ismail. De manier waarop op de sociale netwerken mannelijkheid, roem en de door IS gepropageerde moed worden verheerlijkt is inmiddels evenzeer in staat pubers voor zich te winnen als de popcultuur.

Huda, een beroemde voormalige militant en journalist, volgt extremistische bewegingen en heeft in 2008 Prasasti Perdamaian opgericht, een instelling die de internationale vrede wil bevorderen. De instelling heeft tot doel voormalige terroristen te helpen om een normaal leven op te bouwen als ze uit de gevangenis komen en niet weer banden aan te knopen met radicale groeperingen. Jihad Selfie vertelt het waargebeurde verhaal van de zestienjarige Teuka Akbar Maulana, afkomstig uit de provincie Aceh in het noorden van Sumatra, die in het spoor van zijn vrienden naar Syrië vertrok om de jihad te voeren en zich aan te sluiten bij IS.