Mada Masr  | Caïro  

Islam El Shehaby, de Egyptische judoka die op de Olympische Spelen weigerde zijn Israëlische tegenstander de hand te schudden, kreeg ook in eigen land veel kritiek. Maar volgens schrijver Nael El Toukhy is zijn gedrag onderdeel van een groter probleem.

Er werd in Egypte heel wat gedebatteerd over de nederlaag van de Egyptische judoka Islam El Shehaby tegen zijn Israëlische tegenstander Or Sasson, en de weigering van de verliezer om zijn opponent daarna de hand te schudden. Zowel Shehaby’s critici als zijn verdedigers voelden zich beschaamd. Niemand zag hem als een held die geprezen moest worden. Velen vielen hem aan en weinigen sympathiseerden met hem. Op zijn best riep Shehaby medelijden op.

Ook ik had medelijden met Shehaby. Ik was het niet eens met de buitensporige aanvallen op hem, omdat ik hem als een slachtoffer van de maatschappij beschouw. Zijn gedrag geeft alleen maar aan dat er een probleem is, dat overdacht en opgelost moet worden. Er dringt zich een simpele en logische vraag op: wat doe ik als ik Israëli’s in het buitenland tegenkom? Negeer ik ze? Moet ik ze een klap geven? Moet ik me normaal gedragen? Wat zou ik doen als ik in het buitenland een Israëlische buurman had die me goedemorgen wenste?

Welnu, de meeste Egyptenaren die elders wonen, zouden goedemorgen terugzeggen tegen een Israëli, zoals tegen alle anderen, omdat mensen nu eenmaal zo met elkaar omgaan.

Wie het licht durft aan te doen zegt: “Zo ziet het spook eruit”, wordt ervan beschuldigd de vijand menselijk te maken