Al Monitor | Washington D.C.

Watertekorten leiden tot oplopende spanningen in Tunesië. Als de regering geen maatregelen neemt, kan het uit de hand lopen, waarschuwen deskundigen.

Inwoners van Fernana – een stadje in het noordwesten van Tunesië – verzamelden zich op 12 september bij het pompstation dat water levert aan Tunis. Ze dreigden de toevoer naar de hoofdstad af te snijden. Veiligheidstroepen moesten in actie komen om dit te verhinderen. Aanleiding voor het incident was de dood van Wissem Nasri, een café-eigenaar die zich voor het gemeentehuis in brand had gestoken na ruzie met een hoge ambtenaar die hem geen toestemming wilde geven om zijn klanten waterpijpen aan te bieden.

De zelfmoord doet onherroepelijk denken aan die van Mohamed Bouazizi in Sidi Bouzid, de fruithandelaar wiens wanhoopsdaad de Tunesische revolutie in december 2010 inluidde, waarop een keten van Arabische opstanden volgde. De jongste zelfverbranding leidde tot stakingen en betogingen in Fernana. In een tv-reportage in september hekelde een inwoner de marginalisering van 
zijn stad. Een marginalisering die vooral uit het watergebrek blijkt, want dat 
zou er helemaal niet moeten zijn: 
het gebied rond Fernana kent juist 
de hoogste regenval van het land en voorziet noordelijk Tunesië grotendeels van drinkwater.

Een dode kameel in de Tunesische woestijn, vlak bij de grens met Libië. – © HH