Frankfurter Allgemeine Zeitung | Frankfurt

Van 2 september tot 13 november was in de Bonner Kunstverein een retrospectief te zien van kunstenaar Wim. T. Schippers. De Frankfurter Allgemeine Zeitung toonde zich enthousiast over diens verbazend actuele oeuvre.

Al in de foyer van de Bonner Kunstverein waait je een 
pindageur tegemoet. Als je de tentoonstelling van de Nederlandse kunstenaar Wim T. Schippers binnenkomt, geloof je vervolgens je ogen niet: zo fris, zo brutaal is de indruk die het werk van de 75-jarige maakt. 
Maar wie is Wim T. Schippers?

De in 1942 in Groningen geboren Schippers studeert van 1959 tot 1961 aan het Amsterdamse Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, tegenwoordig de Rietveld Academie. Al 
tijdens zijn studie richt hij samen met Ger van Elk en Bob Wesdorp het ‘A-Dynamic Centre’ op, dat zich geheel wijdt aan de ‘theoretische en praktische traagheid en dufheid’. In een tijd waarin dynamiek het cultbegrip wordt van het moderne levensgevoel, kunnen de ‘a-dynamische performances’ alleen als provocaties worden begrepen, en zo zijn ze ook bedoeld. Daarbij ontzien ze ook collega-kunstenaars niet.

Al snel krijgt Willem Sandberg, 
toenmalig directeur van het Stedelijk Museum, Schippers in de gaten en in 1962 nodigt hij hem samen met Ger van Elk uit om een tentoonstelling 
in museum Fodor te maken. Daar ontstaat de glaszaal, waarvan de hele vloer bedekt is met glasscherven, en ook de zoutruimte. Allebei voorlopers van de pindakaasvloer uit 1969, een reusachtig op de vloer uitgestreken rechthoek 
van pindakaas, die nu in de Bonner Kunstverein opnieuw is uitgevoerd. Uit de Amsterdamse tentoonstelling zijn ook een paar ‘a-dynamische objecten’ behouden. Bijvoorbeeld Plast-o-lux uit 1963, een amorf, in een fabriek voor plastic flessen ontstaan Iets, dat eruitziet alsof het uit een tube geperst is, 
en op een sokkel van kostbaar marmer staat.

‘Het was zijn absurde humor die hem in de toenmalige kringen van de avant-garde niet bepaald geliefd maakte. Avant-garde was in de jaren zestig en zeventig een ernstige zaak.’ © Anneke Janssen | Hollandse Hoogte