Der Freitag | Berlijn

Met het voor een Oscar 
genomineerde Toni Erdmann 
hebben de Duitsers eindelijk 
weer een film die scoort over 
de grenzen. Ook in eigen land regende het lovende recensies, zoals deze uit de Berlijnse 
krant Der Freitag.

Als een film op voorhand al een reputatie 
heeft zoals Toni Erdmann sinds zijn première in Cannes, dan bekijk je deze film, die nu in de bioscopen draait, niet meer alleen. Dan zit de enthousiaste ontvangst op het filmfestival naast je 
en wanneer je even een blik opzij waagt, kijkt deze je vol verwachting aan: jou vergaat het toch net als mij, nietwaar?! Het fascinerende is dat als je na afloop van de film, na 2 uur en 42 minuten, je hoofd opzij wendt, het enthousiasme een masker van verbazing heeft opgezet: dat een film die zo veel dingen niet doet die andere films wel doen, zo’n geestdrift kan losmaken.

Wanneer Toni Erdmann bijvoorbeeld aan het eind niet langer de conventies van het filmplot volgt, maar zich gewoon lijkt over te geven aan de bewegingen van de personages – zoals wanneer de dochter haar vader vanaf een feestje [waar ze alle gasten plots heeft gesommeerd hun kleren uit te trekken] in haar 
ochtendjas de stad in volgt, over straat, in het park, 
te midden van mensen die voor het eerst naar voren komen ‘als zichzelf’ zoals het op de aftiteling zou 
luiden, als gewone mensen, waar ze tot dan toe alleen vertegenwoordigers van een maatschappelijke klasse waren geweest. En trouwens, het is misschien 
helemaal niet haar vader in dat knotsgekke Bulgaarse bozegeestenwegjaagpak, het zou ook heel iets anders kunnen zijn. Of ten minste meer dan alleen de vader.

Komedie is tragedie plus tijd

Zoals Toni Erdmann meer is dan de familiegeschiedenis die het plot suggereert. Die van een vader (Peter Simonischek) die gescheiden woont van moeder. 
Zijn hond is doodgegaan en de volwassen dochter (Sandra Hüller) gedraagt zich afstandelijk. Ze werkt als businessconsultant in de wereld van het grote geld in Boekarest. De vader besluit zijn dochter te bezoeken. Maar zij kan daar slecht mee overweg omdat ze niets anders doet dan werken, en met haar vader kan ze nog slechter overweg omdat hij met zijn flauwe grappen niets van haar wereld begrijpt.

Of iets wat daarop lijkt. Want een van de kwaliteiten van regisseur Maren Ade is dat zij haar humor 
nuchter weet te hanteren en dat je aan het eind niet meer weet wat je erover moet zeggen. ‘Komedie is tragedie plus tijd’, luidt een aan Woody Allen toegeschreven uitspraak. Toni Erdmann functioneert in wezen andersom, hier gaan de grappen zo lang door dat het lachen je vergaat, maar de film stopt wel 
precies op het moment dat het tragisch zou kunnen worden, het falen onomkeerbaar.