The Economist | Londen

Zeldzame sportschoenen, zoals die van rapper Kanye West, brengen op de tweedehands markt zo veel geld op dat ze een beleggingsobject zijn geworden.

Toen Marty ‘Back to the Future’ McFly welhaast eeuwen geleden zijn zelfstrikkende nieuwe Nikes aantrok, had hij ze beter in de doos kunnen laten zitten. Bijna dertig jaar na de première van_ Back to the Future II_ is Nikes echte versie, die in 2016 op de markt kwam, de duurste sportschoen ter wereld, met een gemiddeld doorverkoopprijsje van 32.275 dollar. Deze superzeldzame schoenen (er bestaan maar 89 paar van) bezetten de eerste plaats op een markt van prijzige ‘tweedehandsjes’ die sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw zorgvuldig is opgebouwd door Nike en andere grote fabrikanten.

Iedere zaterdag vormen zich in heel Amerika [en ver daarbuiten] rijen van snuffelaars voor sportschoenenwinkels. Veel mensen willen hun eigen collectie van soms honderd paar nog een beetje uitbreiden, en de rest is op zoek naar zeldzame schoenen om door te verkopen. Terwijl merken een evenwicht proberen te vinden tussen rechtstreekse inkomsten en het scheppen van schaarste (waardoor de vraag wordt opgedreven en op den duur meer inkomsten worden gegenereerd), groeit de parallelle markt als kool. In Amerika vertegenwoordigt die markt naar schatting anderhalf miljard dollar per jaar, een tiende van de omzetwaarde van de hele bedrijfstak.

De zelfstrikkende Nikes van Michael J. Fox.