Le Monde | Parijs

Fotografe Annie Leibovitz exposeert deze zomer in Arles drieduizend foto’s uit haar beginjaren bij het tijdschrift Rolling Stone.

Ze is wereldberoemd geworden met de zorgvuldig gecomponeerde portretten die ze maakte voor de cover van het tijdschrift Vanity Fair, van een zwangere Demi Moore tot Whoopi Goldberg in een bad met melk. Maar deze zomer laat de Amerikaanse fotografe Annie Leibovitz (67) een andere kant van haar werk zien, op een grote tentoonstelling in het Franse Arles. Drieduizend foto’s, vlak bij elkaar op de muren geprikt, geven een beeld van de eerste jaren van haar carrière, uit de tijd dat ze voor het tijdschrift Rolling Stone werkte. Een onrustige tijd die haar als fotograaf heeft gevormd. Het waren de jaren van het aftreden van president Nixon vanwege het Watergateschandaal, de moord op John Lennon, die zij enkele uren daarvoor nog had gefotografeerd, en de tournee van de Rolling Stones in 1975, toen ze drie maanden lang dag en nacht met de band optrok. We spreken de fotografe in mei in New York, terwijl ze bezig is met het samenstellen van de tentoonstelling, georganiseerd door de Luma Foundation, die haar hele archief heeft aangekocht en in de toekomst ook andere aspecten van haar carrière wil laten zien.

Hoe was het om op deze manier terug te gaan naar je beginjaren?

‘Ik had die periode al een keer teruggezien voor een boek over de periode 1970-1990, maar niet op deze manier. Ik wilde nog één keer naar mijn vroege foto’s kijken en daarbij had ik me voorgenomen om niets weg te laten. Normaal gesproken kijk je naar de contactafdrukken en dan kies je daaruit de beste foto’s, maar nu heb ik echt alles genomen wat me opviel. Ik wil de beelden laten zien als een rivier, als een film, meer dan als een serie foto’s. Ik wil dat de kijker wordt ondergedompeld in beelden, en als je dan ondergedompeld bent, dan is het perfect! Het is heel organisch, eigenlijk vertel ik met deze beelden het verhaal van een meisje dat leert fotograaf te worden. Je beseft dat je, als je dit vak wil uitoefenen, geobsedeerd moet zijn door wat je ziet. Dat vraagt om heel hard werken.’