360 Magazine | Amsterdam

Het is geen toeval dat 360 twee keer achter elkaar een artikel kiest dat over begrip en daaruit volgende toenadering gaat. De Blendle-hit ‘White boy’ Derek Black in het vorige nummer is een aanstekelijk voorbeeld van hoe extreme opvattingen niet direct tot vriendschap leiden, maar 
vriendschap wel de sleutel kan zijn tot het heroverwegen 
van de eigen logica.

In deze editie trakteert de Amerikaanse schrijver Michael Chabon zijn dertienjarige zoon Abe, door zijn vader een modieuze excentriekeling genoemd, op een geheel verzorgde Paris Fashion Week. Cadeautje voor zijn bar mitswa.

Zelf filosofeert Chabon liever over de betekenis van stijl dan dat hij een soort triatlon aflegt om op tijd bij alle modeshows te arriveren die week. Hij heeft het warm en verveelt zich en ziet de knokige, norse jongemannen met hun ingestudeerde blik en maaiende armen – een manier van lopen die fierce blijkt te heten – eerder als freaks dan als de rolmodellen voor zijn zoon Abe. Maar de liefde voor die jongen is zo basaal dat zijn opvoeder geen enkele moeite heeft met de afwijkende religie van zijn nageslacht en hem braaf begeleidt naar een wereld waar hij het blok aan zijn zoons been is, en niet andersom. Abe vindt zijn zielsverwanten buiten de cultuur van het eigen gezin. En ook al doorgrondt zijn vader hem niet, hij laat hem gaan waar zijn hartstocht hem drijft. Volgt hem zonder oordeel.

De ontroerende beschrijving van hun volwassenwording leest als een blauwdruk voor medemenselijkheid