Tuoi Tre   | Ho Chi Minhstad  

In Vietnam, waar andersgeaardheid vaak nog een taboe is, verenigen ouders zich om hun kinderen te ondersteunen.

De meeste lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders (LHBT’ers) krijgen te maken met discriminatie, stigmatisering of vervreemding van hun familie en de maatschappij, zodra ze uit de kast komen. Een aantal jaar geleden kreeg Nguyen Dang Khoa, nu 27 en openlijk homo, een brief van zijn wanhopige moeder Yen Ly, waarin ze haar zoon voor de keus stelde zich te gedragen als een ‘normale’ man, of het huis te verlaten. Yen Ly kwam tot het ultimatum nadat ze alle mogelijkheden voor ‘behandeling’ van haar zoon had uitgeput, inclusief consulten bij psychologen.

Een week later antwoordde de jongeman haar met een ontroerende brief van vier kantjes, waarin hij zich oprecht verontschuldigde en haar smeekte hem te accepteren zoals hij werkelijk is, of hem in ieder geval nog een jaar te geven om te kunnen afstuderen. Hij zei dat hij de familie daarna zou verlaten en hen niet langer te schande zou maken.

Door Khoa’s brief begreep zijn moeder pas hoe hard hij had geworsteld met zijn geaardheid en hiermee eindigde de impasse die vijf jaar eerder was begonnen, toen ze per ongeluk zijn dagboek uit de vijfde klas middelbare school onder ogen had gekregen, waarin hij zijn kalverliefde voor een vriend bekende. In 2013, sloot Yen Ly zich aan bij de Parents, Families & Friends of Lesbians and Gays (PFLAG) Vietnam, een organisatie van ouders, families, vrienden en medestanders van LHBT’ers die tot doel heeft hun steun van hun beminde bloedverwanten of vrienden te bundelen. Sterker nog, twee jaar later werd ze voorzitter van de organisatie.

Crises

Voordat ze lid werden, hebben de meeste PFLAG-ouders crises meegemaakt doordat ze te weinig kennis hadden van de seksuele geaardheid van hun kinderen. Later hebben ze manieren gevonden om hun eigen frustraties te overwinnen en anderen te helpen hetzelfde te bereiken.

Tieu Hanh Nhi, uit de provincie Binh Duong, zo’n dertig kilometer van Ho Chi Minhstad, zag bij haar dochter Ai, toen die nog maar een klein meisje was, al wat eigenschappen die traditioneel als mannelijk worden gezien. Ze vond echter pas materiaal over homoseksualiteit toen Ai negentien werd. Ze was opgelucht toen ze van een neuropsychologisch expert hoorde dat aanleg en seksuele geaardheid deels worden bepaald door de relatie met de ouders. Ai vertelde haar moeder drie jaar geleden over het bestaan van de PFLAG-groep in Ho Chi Minhstad. Toen de organisatie werd opgericht, werd Nhi, voormalig universitair docente, verkozen tot bestuurslid van de PFLAG.

In de zomer van 2014 kreeg Nhi een noodoproep van Dao, een jongeman uit Nha Trang, een vakantieoord in het zuiden van Vietnam. Omdat ze zich zorgen maakte over het vreemde gedrag van haar zoon, wilde Ly, Dao’s moeder, hem de volgende dag in Ho Chi Minhstad laten behandelen. Vastbesloten om Dao en zijn moeder te helpen, vroeg Nhi Ly haar te ontmoeten bij het centrum Information Connecting and Sharing (ICS) in Ho Chi Minhstad, een organisatie die LHBT-rechten in Vietnam steunt en die is gevestigd in hetzelfde gebouw als de PFLAG. De twee moeders bespraken met elkaar hoe hard hun kinderen werkten en wat een deugdzaam leven ze leidden; zo reed Dao elke dag tientallen kilometers om bestellingen rond te brengen voor het bedrijf in zeevruchten dat hij vanuit huis runt. Diezelfde avond werd Nhi door Dao getagd op Facebook: ‘Dankzij jouw hulp is ons gezin nu stralend en een en al geluk. Alsof ik vandaag opnieuw geboren ben.’