Die Zeit | Hamburg

De avocado is hét lievelingsvoedsel van dit moment, geliefd om zijn gezonde vetten bij vegetariërs en andere bewuste eters. Maar de massale consumptie van avocado’s is desastreus voor het milieu.

Elke tijd heeft zijn eigen lievelingsvoedsel. In de vijftiger jaren, in Duitsland het decennium van de geforceerde vrolijkheid, troonde op de toetjes, op de punchtaarten en de kaashapjes een cocktailkers, een van kleur- en smaakstoffen doordrenkte vrucht. In de jaren zeventig ontdekten de Duitsers de buitenwereld en de spaghetti. In de jaren tachtig werd de gerookte zalm een massaproduct, wat perfect paste in het neoliberale tijdperk, toen rijkdom voor iedereen – nou ja, voor velen – binnen handbereik leek.

Wat is tegenwoordig het lievelingsvoedsel? Daarop zijn natuurlijk meerdere antwoorden mogelijk. Een daarvan luidt: de avocado. Dat is vooral omdat de avocado niet van een dier komt. De avocado behoort tot de belangrijkste ingrediënten van de veganistische keuken met haar uitgesproken gevoeligheid ten aanzien van dieren en natuur. De avocado kan namelijk de problematische ingrediënten boter en eieren vervangen. Er zijn nu kookboeken met titels als Mijn recepten voor een betere wereld [een vertaling van The Kind Diet van Alicia Silverstone] en bakrecepten die aanbevolen worden met de oproep ‘Geniet van de klassieke taarten en cakes zonder spijt of slecht geweten’. De avocado is de vrucht van de wereldverbeteraars, ook geliefd bij velen die geen veganist zijn, maar af en toe het gevoel willen hebben in harmonie te zijn met de wereld en met zichzelf.

De avocado geldt als ongelooflijk gezond, een superfood, net als chiazaad, quinoa, goji- en acaibessen. – © Roberto Machado Noa / Getty