GQ | Londen

De Amerikaanse auteur Michael Chabon ging met zijn zoon naar de Paris Fashion Week: ‘Wat het me heeft opgeleverd is een diep besef van wie mijn zoon is, wat hij met zijn leven wil, en hoe het is om een volwassen man in een gele shaggy Muppetbroek over een catwalk te zien lopen.’

Een half uur te laat, maar nog net iets eerder dan zijn begeleider – hij is zijn stramme, oude begeleider altijd een stap voor – komt Abraham Chabon de ruimte binnen slenteren waar ontwerper Virgil Abloh in besloten kring een tipje van de sluier oplicht van zijn nieuwe Off-White voorjaars- en zomercollectie. De aanwezigen zijn journalisten, redacteuren en mode-inkopers. Abe is zelfverzekerd en hij heeft rode wangen. Zijn bewegingen zijn misschien een klein beetje krampachtig, maar onmiskenbaar sierlijk. Slenteren, er is geen ander woord voor.

‘Die jongen daar, dat is nou precies wat ik bedoel,’ zegt Abloh, die Abe glimlachend aankijkt vanuit het midden van de ruimte, een zolderverdieping van een voormalige fotostudio in Quartier Latin: stalen balken kriskras door de ruimte, brede grenen vloerplanken, alles smetteloos wit, op de schuine ramen met spijlen in het hoge dak na. Op de kapstoelen tegenover de atelierramen draaien alle inkopers en moderedacteuren zich om, benieuwd over wie Abloh het heeft. Ook de vier mannelijke modellen die artistiek slungelig voor de mensen op de klapstoelen staan, kijken om. Tegen de tijd dat zijn begeleider hem eindelijk heeft weten in te halen, lijken alle ogen gericht op Abe. Wie op tijd komt, maakt nooit een grootse entree.

‘Kom eens hier,’ zegt Abloh. Abloh is een grote man, stevig gebouwd. Hij heeft architectuur gestudeerd en is begin deze eeuw komen bovendrijven uit het bruisende intellectuele kringetje rond stadgenoot Kanye West – een derde hiphop, een derde hustle, een derde mclarenesque inside jokes. Abloh heeft naam gemaakt in de modewereld, vooral op het avant-gardeterrein van streetwear, zeefdruk, diagonale zebrastrepen en cryptische teksten op onbedrukte Champion-T-shirts, en vintage Rugby Ralph Lauren flanellen hemden die hij verkoopt voor een duizelingwekkend veelvoud van de oorspronkelijke prijs. In Abe’s ogen is Virgil Abloh ‘lit’ – het grootste compliment denkbaar. ‘Kom eens hier. Kijk hem nou.’

Abe loopt naar hem toe, opgerolde mouwen, handen in zijn zakken, de onderkant van zijn grijsgroene overhemd losjes in de band van zijn grijze keperbroek. Aan de voorkant is het overhemd strakgetrokken, al is het net iets te groot, en aan de achterkant bolt het op boven zijn smalle zwarte ceintuur. Het hemd is Maison Margiela, strak gesneden, met een smalle kraag en gestoffeerde knopen die het iets gesoigneerds geven. Abe heeft het de vorige dag gekocht, in de uitverkoop, bij Ton Greyhound, een winkeltje in de Marais. Hij draagt een paar zilverkleurige Adidas-schoenen van Raf Simons, die hij op adidas.com heeft gekocht voor 250 dollar in plaats van 400 dollar, met daarboven een stel Off-White-sportsokken. Hij heeft de sokken opgetrokken tot aan zijn knieën, waar ze de opgerolde pijpen raken van zijn broek – vintage krantenjongen. Het geld voor de ‘Rafs’ heeft Abe verdiend met bladeren harken voor de buren, overal in huis laden en kasten opruimen en allerlei andere klusjes. Het geld voor het Margiela-overhemd heeft hij van zijn ouders gekregen, vanwege zijn bar mitswa, en de broek hoorde oorspronkelijk bij het Appaman-pak dat hij met zijn bar mitswa droeg.

Abe is dertien jaar en drie maanden, en Virgil Abloh, of wie ook, hoeft hem niet te vertellen hoe hij eruitziet. Dat weet hij zelf als geen ander.

‘Hi,’ zegt Abe tegen Abloh, met zijn hese stem – die al van jongs af aan diep en schor is, en die nog altijd lager wordt, en tegenwoordig zelfs op willekeurige momenten breekt. ‘Ik ben Abe.’

De auteur en zijn zoon Abe bij de Haider Ackermann-show in Parijs. – © Matthew Schneier / HH