Financial Times | Londen

De beroemde essayist Francis Fukuyama, die in 1989 ‘het einde 
van de geschiedenis’ aankondigde, buigt zich over het populistisch nationalisme dat overal in het Westen opgeld doet.

De onverwachte nederlaag die Donald Trump toebracht aan Hillary Clinton vormt een waterscheiding, niet alleen in de Amerikaanse politiek, maar in de hele wereldorde. Het lijkt erop dat we op de drempel staan van een nieuw, populistisch-nationalistisch tijdperk, waarin de dominante liberale orde die sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is opgebouwd wordt aangevallen door opgewonden, boze democratische meerderheden. Er bestaat een levensgroot gevaar dat we afglijden naar een wereld van elkaar bevechtende en even boze nationalistische entiteiten, en als dat gebeurt, beleven we een omslag die net zo belangrijk is als de val van de muur in 1989.

De manier waarop Trump zijn overwinning heeft behaald, zegt veel over de sociale basis van de beweging die hij om zich heen heeft gevormd. Een blik op de stemverdeling leert dat de steun voor Clinton geografisch gezien geconcentreerd was in steden langs de kust, terwijl grote stukken van landelijk en kleinsteeds Amerika overduidelijk voor Trump hebben gestemd. Het verrassendst was de verschuiving in Pennsylvania, Michigan en Wisconsin, drie noordelijke industriële staten die hij aan zijn kant kreeg, terwijl ze bij vorige verkiezingen zo standvastig Democratisch waren dat Clinton niet eens de moeite nam om in die laatste staat campagne te voeren. Trump won dankzij de vakbondsarbeiders, slachtoffers van de de-industrialisatie, die hij met zijn ‘make America great again’ beloofde dat hij hun verdwenen fabrieksbanen zou terugbrengen.

Klassensysteem

Dit hebben we eerder gezien. Het is het verhaal van de Brexit, waar de kiezers die voor een vertrek stemden ook voornamelijk op het platteland en in kleine dorpen en steden buiten Londen woonden. Hetzelfde verhaal gaat op voor Frankrijk, waar kiezers uit de arbeidersklasse van wie de ouders en grootouders altijd op de communistische en socialistische partijen hebben gestemd, nu kiezen voor het Front National van Marine Le Pen.

Maar populistisch nationalisme is een veel breder verschijnsel. Vladimir Poetin blijft impopulair onder de beter opgeleide kiezers in grote steden als Sint-Petersburg en Moskou, maar geniet in de rest van het land enorme steun. Hetzelfde geldt voor de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, die zijn enthousiaste aanhangers vindt in de conservatieve lagere middenklasse van het land, en voor de Hongaarse premier Viktor Orban, die overal populair is, behalve in Budapest.

Sociale klasse, tegenwoordig bepaald door opleidingsniveau, lijkt in veel geïndustrialiseerde en opkomende economieën het allerbelangrijkste sociale indelingscriterium. Het klassensysteem wordt gevoed door de globalisering en de opmars van de technologie, die zich weer konden ontwikkelen dankzij de voornamelijk door de VS gecreëerde liberale wereldorde.

Als we het over een liberale wereldorde hebben, bedoelen we het gereguleerde systeem van internationale handel en investeringen dat de afgelopen jaren de basis heeft gevormd van een wereldwijde groei. Dankzij dit systeem kunnen in de week voor Kerstmis in China iPhones worden gemaakt en naar klanten in de VS en Europa verscheept. Hetzelfde systeem heeft miljoenen mensen ertoe aangezet om vanuit armere landen naar rijkere te trekken, waar meer kansen liggen voor henzelf en hun kinderen. Dit systeem heeft zijn belofte waargemaakt: tussen 1970 en de financiële crisis van 2008 in de Verenigde Staten, is de wereldwijde productie van goederen en diensten verviervoudigd, en zijn honderden miljoenen mensen de armoede ontstegen, niet alleen in China en Zuid-Amerika, maar ook in Afrika ten zuiden van de Sahara.